donderdag 16 april 2015

Aankondiging: Het Jezusproject - Het Nieuwe Christendom ter herkerstening van de Lage Landen



1. Het Land van Zuylen

Noot vooraf: Deze aankondiging was bedoeld voor publicatie in het op 14 april verschenen nieuwe themanummer Boeken in wording 7.0 van het tijdschrift “Onderstroomboven” onder de redactie van Ewout Storm van Leeuwen e.a., maar door een communicatiefout kon slechts het eerste deel het daglicht zien.


Al wandelend met broer Johannes in de prille lente van 2014 op de “beleefroute door het land van Zuylen” trof ik aldaar in de tuin van de historische slotkapel aan de Vecht een leestafeltje aan waarop de volgende bekentenis van de achttiende-eeuwse schrijfster en componiste Belle van Zuylen, Utrechts meest beroemde bewoonster, te lezen was:

“Beste wandelaar, dit kerkje was al meer dan 100 jaar oud toen ik op [slot] Zuylen woonde. Ik ben protestant opgevoed en hoopte christen te zijn. Mijn vraag aan God om mij religie te laten begrijpen is nooit beantwoord. Ik kwam altijd ziek van verveling of vol treurige twijfel de kerk uit. Het lukte mij niet om van een godsdienst te houden zolang deze een deel van Gods schepselen uitsloot van het beloofde geluk. Het kan toch nooit goed zijn dat de ene mens wordt gered omdat hij gelooft en de andere niet, omdat hij niet gelooft? – Het kerkje is niet meer hetzelfde als dat waarin ik ben gedoopt en getrouwd. Maar het is nog even klein en pittoresk.”

Dit gaf mij te denken: Belle van Zuylen was dus een van de kritische geesten “avant la lettre” die hun religieuze behoeften niet (meer) door het hen aangeboden traditionele christendom konden bevredigen en aldus de kerk verlieten om hun zielenheil elders te zoeken. Zij zocht immers tevergeefs een nieuw soort christendom dat niet meer alleen op geloof, maar op inzicht en kennis was gebaseerd.

Nu was het dat zo, dat ik juist in die tijd begonnen was met het vertalen uit het originele Duits van het boek “Jezus van Nazareth en het mysterie van de heilige Graal – Antroposofische beschouwingen over het Oude Testament, het Nieuwe Testament en de Openbaringen van Johannes” van Valentin Tomberg (1900-1973), een boek dat later dit jaar in het door mij in 1985 in Zwitserland gestichte en in 1986 naar Amsterdam verhuisde Willehalm Instituut voor Antroposofie als Graalonderzoek, Koninklijke kunst en Sociale organica uitgegeven zal worden. En het toeval wilde nu dat dit boek, waarvan een excerpt over Nietzsche in dit nummer 7.0.van Onderstroomboven te lezen is, nu precies aan Belle’s behoefte aan een nieuw soort christendom tegemoet komt. Want niet alleen dit werk, maar alle antroposofische werken en voordrachten van Tomberg, zoals zijn in 1938 en 1939 te Rotterdam gehouden voordrachten voor de Antroposofische Vereniging in Nederland onder de titels "Innerlijke ontwikkeling en de christelijke Rozenkruisers-weg” en “De vier Christusoffers en het verschijnen van Christus in het etherische” borduren voort op datgene wat de stichter van de antroposofie Rudolf Steiner (1861-1925) in zijn zogeheten “Vijfde Evangelie” en in zijn interne karmavoordrachten te Arnhem in 1924 als Het Nieuwe Christendom heeft beschreven: een esoterisch, kosmisch christendom dat een overgang wil maken van een geloofsgemeenschap naar een kennisgemeenschap, het geloof tot schouwen wil ontwikkelen om daarmee de circa 2000 jaar geleden uit elkaar gevallen gebieden van kunst, wetenschap en religie in een nieuw openbaar mysteriewezen op aarde onder de mensheid te herenigen.

Dit alles in overweging genomen deed bij mij toen de gedachte opkomen of het niet mogelijk zou zijn om in de in 1654 door kasteelheer Adam van Lockhorst gebouwde slotkapel, die sinds 1997 niet langer in gebruik door de Hervormde Gemeente van Zuilen bleek te zijn en te huur was, om te beginnen de 12 hoofdstukken van deel 1 van dit diepzinnig werk over het Oude Testament van Tomberg ten gehore te brengen, en wel als een poging om Belle van Zuylens vraag aan God vooralsnog te doen beantwoorden om religie, met name het christendom, niet slechts te mogen geloven, maar te kunnen begrijpen. Aldus geschiedde: vanaf 6 april tot 29 juni konden zondags-middags voor een select gezelschap alle 12 hoofdstukken voorgelezen worden in het kader van het op een tekstposter op de voordeur van de slotkapel als zodanig aangekondigde “Nieuwe Christendom” (Deze werden door de voorlezingen van deel II over het Nieuwe Testament en de Apocalyps vanaf dit voorjaar in de bibliotheek van het Willehalm Instituut te Amsterdam voortgezet.)


Dat op de grond waar dit slotkapel staat paus Clemens VI al in de 14de eeuw een bedehuis liet bouwen als eerbetoon aan de in Zuilen geboren heilige Liudger, die de door de Angelsaksische Willibrord begonnen kerstening der Lage Landen in opdracht van Karel de Grote heeft volbracht, dat vernam ik pas van de voormalige koster bij een bezoek van de Belle van Zuylen genootschap tijdens een van mijn lezingen daar in de maand mei. Er bestaat een afbeelding waar deze eerste zendeling van Nederlandse bodem, geboren in 742 uit een Fries geslacht, te paard de Friese blinde bard Bernlef geneest, die hem daarna overal begeleidde (zie afb.) 


In zijn jeugd studeerde Liutger bij Alcuinus in York, Engeland en bleef hij zijn hele leven bevriend met deze geestelijke leider van het Karolingische rijk. Het kan dus zeer goed mogelijk zijn (nader onderzoek moet het uitwijzen) dat hij de middeleeuwse Willem van Oranje, de stichter van het oorspronkelijke Oranjehuis in Zuid-Frankrijk heeft ontmoet, aan wie de Duitse middeleeuwse dichter Wolfram von Eschenbach een epos onder de titel Willehalm heeft gewijd en waarover het naar hem genoemde Willehalm Instituut eerder een erudiet boek onder de titel “Willem van Oranje, Parzival en de Graal” van de Zwitserse graalvorser Werner Greub (1907-1997) heeft uitgegeven. In dit eerste deel van een trilogie over de graalgeschiedenis van Zarathoestra tot Rudolf Steiner wordt ontwikkeld dat deze Willehalm van Oranje niemand anders was geweest dan de legendarische Meester Kyot, de zegsman van Wolfram von Eschenbach voor zijn graalverhaal van Parzival alsmede zijn epos Willehalm.

Deze paladijn van Karel de Grote, die een van de laatste beschermheren van het Keltische christendom is geweest en in de 11de eeuw tot beschermheilige van de ridders werd benoemd, heeft namelijk in zijn jeugd ook bij Alcuinus gestudeerd en was zelfs zijn beste leerling geweest. Alcuinus wijdde een beschouwing aan hem over de deugden “De Virtute”; zie ook de afb. van hem als Saint Guilhelm met de rol in zijn hand waarop de tekst: luidt: "Comme ils seront joyeux Seugneur ceux que tu choisiras pour te choisir.” (Hoe gelukkig zullen diegenen zijn, Heer, die U gekozen heeft om U te dienen).


Deze “toevallige” samenloop van omstandigheden, inclusief het feit dat een door 16 voorstanders onderschreven en (nog steeds) in behandeling door het ministerie van Koninkrijksrelaties zijnde petitie aan koning Willem-Alexander om een ridderorde van het Woord in te stellen als aanvulling op de bestaande Militaire ridderorde, die genoemd is naar Willehalm of te wel de oorspronkelijke Willem van Oranje, leidde mij er toen naar om voortaan aan het motto “Het Nieuwe Christendom” de bijzin “Ter herkerstening van de Lage Landen” toe te voegen.

II. Het Jezusproject

De bovengenoemde werken van Valentin Tomberg en Werner Greub, samen met diens deze Kerst eindelijk verschijnende boek “De Jezusmysteriën – Rudolf Steiners evangeliënchronologie en de Christusprofetie van Zarathoestra” (een excerpt uit deel 3 van Greubs trilogie), gepaard met de eveneens door het Willehalm Instituut uitgegeven werken van de Duitse filosoof/antroposoof Herbert Witzenmann (1905-1988), waaronder met name “De Deugden – Jaargetijden van de ziel” en zijn nog hier aan de orde komende sociaal-organische studies over de hervorming van de wereldeconomie, vormen nu de literair-historisch-geesteswetenschappelijke grondslag voor het Jezusproject. Daar alle die titels ofwel op internet (via Google) te lezen, dan wel als boekuitgaven bij Boekenroute.nl te bestellen zijn, waaruit al veel nieuwe onderzoeksresultaten omtrent dit onderwerp te vernemen zijn, zal tenslotte de omvang en aard van dit project zo kort mogelijk samengevat worden, (korter kan nauwelijks, gezien de uiterst gecompliceerde inhoud van dit “Greatest Story on Earth”). Er bestaat namelijk niet slechts één Jezus, maar uiteraard zes historische menswezens die met die voornaam leefden rond het tijdperk van de begin van onze jaartelling, waarin het mysterie van Golgotha in Palestina heeft plaatsgevonden. In chronologische volgorde zijn dat:

1. De Jeshu ben Pandira, die als door de Maitreya Bodhisattva geïnspireerde leider van de Essenen zo’n 100 jaar voor het mysterie van Golgotha dit gebeuren in Palestina onder zijn leerlingen heeft voorbereid;

2. De in het door een van die leerlingen, Mathai geschreven Mattheüsevangelie beschreven Jezus van Bethlehem, het Jezuskind dat in 7 v.Chr. in het teken van de Ster van Bethlehem aldaar geboren, door de magiërs als hun gereïncarneerde meester Zarathoestra aanbeden werd, en wiens Ik op 18-jarige leeftijd zich verenigde met:

3. De derde Jezus tijdens diens bezoek aan de tempel van Jeruzalem, de in het Lucasevangelie beschreven Jezus van Nazareth, waarin zich de nog niet eerder geïncarneerde, onschuldige d.w.z. karmaloze zusterziel van Adam reïncarneerde; deze met het Ik van de Jezus van Bethlehem aldus verrijkte Jezus is dan eigenlijk niet meer hetzelfde als voorheen; vanwege zijn gedaanteverwisseling herkenden zijn ouders hem dan ook nauwelijks in de tempel in discussie met de Godsgeleerdenn (zie afb. 1). Hij moet dus, hoewel onder dezelfde naam tot:

4. De vierde Jezus, de eigenlijk als zodanig bekende Jezus van Nazareth gerekend worden, waarin dan 18 jaar later bij de doop in de Jordaan onder diens gebed, zoals het Lucasevangelie (Lucas. 3, 23, in de vert. van H. Ogilvie) zegt: ”De heilige Geest in een gestalte als van een duif op hem neerdaalde; en een stem uit de hemel sprak: ‘Mijn Zoon zijt Gij, Ik heb u heden verwekt”;

5. De Jezus Christus, Gods geliefde zoon, de tweede persoon van de heilige Drie-eenheid, die na een embryonale periode van 3¼ jaar werkzaam op aarde te zijn geweest, na Diens opstanding als geest van de aarde werd geboren, waardoor de aarde dus tot Zijn lichaam is geworden. In de inleiding “Het Nieuwe Christendom” van “De Jezusmysteriën” zal ingegaan worden op wat voor consequenties dit heeft voor de huishouding en rentmeesterschap van de aarde, de wereldeconomie gezien als het sociale organisme, onder verwijzing naar desbetreffende uitgaven van het Willehalm Instituut, te weten: “De rechtvaardige prijs – Wereldeconomie als sociale organica” en “Geldordening als bewustzijnskwestie – Een nieuw financieel stelsel vereist een nieuw beschavingsprincipe” van Herbert Witzenmann en diens derde en laatste verhandeling in deze reeks sociaal-organische studies “Een nieuwe economische orde - Rudolf Steiner sociale organica”.


6. De laatste en vrijwel onbekende Jezus, de Meester Jezus of zoals Werner Greub in zijn Graaltrilogie hem noemt: de Jezus van Nain, een mysterie dat pas geheel ontsluierd wordt in deel II van “De Jezusmysteriën” in het hoofdstuk “De verwekking van de jongeling van Nain”. Daarin ontwikkelt Werner Greubs, als eigen interpretatie op grond van aanwijzingen van Rudolf Steiner, dat bij de verwekking van deze jongeling (Lucas 7) door Christus zich het “vrij geworden” Ik van de Jezus van Nazareth in het lichaam van deze jongeling incarneerde, d.w.z. het Ik van de Jezus van Nazareth, dat zich bij de doop in de Jordaan had geofferd door zijn lichaam te verlaten, opdat in deze leeg geworden “Graal” het uit de kosmos neerdalende Christuswezen als Jezus Christus door de Heilige Geest kon worden verwekt. Volgens Rudolf Steiner incarneert zich sindsdien deze wereldleraar Meester Jezus als de drager van de al eerder genoemde Maitreya Bodhisattva zich in elke eeuw en geeft hij enkele voorbeelden daarvan, zoals in de 4de eeuw levende Mani, de stichter van het Manicheïsme, die in de 9de  eeuw zich als Parzival incarneerde en Meester van de Graal werd.

Het centrale thema, dat als een rode draad door het hele drieluik van Werner Greub over de Graalgeschiedenis van Zarathoestra tot Rudolf Steiner loopt, is de poging om de nog niet bekende incarnaties van deze Meester Jezus in verband met die van de Drie Koningen, de magiërs uit het Oosten door de eeuwen heen op historisch en geesteswetenschappelijke wijze te identificeren. Daarbij komen in het nog niet vertaalde tweede deel “Van Parzival tot Rudolf Steiners Wetenschap van de Graal” vooral de figuur van Kaspar Hauser, “Het kind van Europa” uit de 18de eeuw naar voren, en in het evenmin nog niet compleet vertaald derde deel “Ontwaken aan Goethe” namen, naast Goethe, ook o.m. die van Christiaan Rozenkruis, Parzival, Wolfram von Eschenbach en diens zegsman Willehalm-Kyot, de reeds genoemde Zarathoestra, Pythagoras, de Griekse beeldhouwer Lysippos, Homer, Mozes en uiteraard Rudolf Steiner zelf.

Het moge duidelijk zijn geworden dat deze uiterst gecompliceerde en op onderdelen geheel nieuwe materie niet zonder meer voor iedereen weggelegd is. Rudolf Steiner heeft ooit zijn antroposofie niet alleen als wetenschap van de Graal, maar ook als de openbaring van het Christendom in de 20ste eeuw beschreven. Dit geldt m.i. ook voor deze jonge 21ste eeuw en tevens niet slechts inhoudelijk, maar ook qua vorm, in die zin dat, zoals Tombergs werk over de Bijbel ook duidelijk kan maken, de antroposofie de sleutel vormt tot een werkelijk begrip van het meest gelezen, maar meest onbegrepen boek ter wereld (waarvan het in dit tijdschrift Onderstroomboven 7.0 opgenomen sprookjesverhaal over Jezus als zoon van Herodes een fraai staaltje is.)

Hiermee hoop ik een gedegen aanzet gegeven te hebben voor het i.s.m. Ewout Storm van Leeuwen en mogelijk anderen alzijdig verder te ontwikkelen Jezusproject, waarvoor ook een tijdschrift met een passende naam in de ontwerpfase is, die in een volgend nummer van Onderstroomboven uit de doeken zal worden gedaan.

woensdag 21 mei 2014

Herdenking sterfdag 28 mei van de middeleeuwse stichter van het Oranjehuis - Petities aan Koning Willem-Alexander om een nieuwe ridderorde en een Gouden Tip



Amsterdam 21 mei 2014 – Op 28 mei as. is het 1200 jaar geleden dat de stichter van het oorspronkelijke Oranjehuis, de Frankische Willem van Oranje, paladijn van Karel de Grote, beschermheer van het Keltische christendom en schutspatroon van de ridders in het door hem gestichte kloosterdorp Saint-Guilhelm-le-Désert in Zuid-Frankrijk is cq. zou zijn gestorven (als zijn officiële sterfjaar wordt ook het jaar 812 aangenomen). In het door het Willehalm Instituut in 2013 uitgegeven wetenschappelijk onderbouwd onderzoeksverslag “Willem van Oranje, Parzival en de Graal – Wolfram von Eschenbach als historicus” van Werner Greub wordt echter, aan de hand van Wolframs heldendicht “Willehalm” en graalgedicht “Parzival”, aangetoond dat deze Willem van Oranje als meester Kyot de Provence een leidinggevende rol heeft gespeeld in het graalkoningschap van Parzival als ridder van het Woord, een gebeuren dat plaatsvond op de tweede Pinksterdag van 13 mei 848 in de Graalburcht Munsalvaesche in het landschap van de Arlesheimer Hermitage bij Bazel, een eeuwenoud Keltisch heiligoord. Hij zou dus meer dan een hele generatie later zijn gestorven dan tot dusver is aangenomen op basis van de voorhanden, maar niet altijd betrouwbare documenten.

Ten einde recht te doen aan deze nieuwe op het eerste gezicht verbazingwekkende zo niet regelrecht naar het rijk der fabelen te verwijzen gegevens over deze tot dusver verborgen even spirituele als spannende levensloop van de stichter van het Oranjehuis, die zelfs getrouwd was met een door hem tot het christendom bekeerde Arabische prinses Arabel, zal dus nu op woensdagmiddag 28 mei as. tussen 13.30 en 14.30 uur bij het ruiterstandbeeld van Willem van Oranje voor het paleis Noordeinde een bij de Gemeente Den Haag aangemelde herdenking plaatsvinden. Daarin zal o.m. nader bekend gemaakt worden dat er na dit kleine evenement twee, mede namens de ondertekenaars van de op internet aangekondigde, petities aan koning Willem-Alexander zullen worden ingediend ter handen van de Marechaussee bij de ingang van het koninklijke werkpaleis.

De eerste petitie – een Willehalm Ridderorde

De eerste petitie aan Zijne Majesteit is om als Grootmeester van de door koning Willem I in 1815 ingestelde Militaire Willemsorde, die genoemd is naar hun middeleeuwse naamgenoot als schutspatroon van de ridders, een aanvulling op deze ridderorde van het zwaard in te stellen en wel in de vorm van een civiele Willehalm Ridderorde van het Woord. (De petitie is hier te lezen)  Daartoe is volgens de Nederlandse Grondwet onze monarch als enige bevoegd. Het hoofddoel van deze nieuwe ridderorde zou dan zijn om het in de 9de eeuw ondergegane Keltische cq. Graalchristendom, dat in het begin van de 20ste eeuw in een moderne vorm door Rudolf Steiner, geïnspireerd door wat hij noemde de geestelijke machten en substanties van “het Nieuwe Christendom”, als wetenschap van de Graal of te wel de antroposofie, op aarde tot nieuw leven is gewekt, te bevorderen en te beschermen. Dit zou dan het middel kunnen zijn, waartoe ook het nieuwe beschavingsprincipe de sociale organica en de omvorming van de wereldeconomie behoort, om een broodnodige bijdrage te leveren aan de herkerstening van het Koninkrijk der Nederlanden.

Sinds 1990 is het in Zwitserland in 1985 opgerichte en in 1986 in Amsterdam neergestreken Willehalm Instituut hier te lande bezig geweest om deze missie voor te bereiden met de genoemde publicatie van Werner Greub voorzien van een nawoord “Het nieuwe koningschap – Bijdrage aan de modernisering van de monarchie” en de uitgave van de werken van Herbert Witzenmann, zoals “Handvest der menselijkheid – De principes van de Algemene Antroposofische Vereniging”, “Vormgeven of beheren – Rudolf Steiners sociale organica – Een nieuw beschavingsprincipe”, “De rechtvaardige prijs – Wereldeconomie als sociale organica” en vooral “De Deugden – Jaargetijden van de ziel”. Van het laatste boek zijn sinds 6 april jl. de verluchtingen van Jan de Kok samen met de 12 bijbehorende maandmeditaties tentoongesteld tot en met 29 juni in de Slotkapel te Oud-Zuilen als omlijsting van de reeks wekelijkse voorlezingen aldaar onder de titel “Het Nieuwe Christendom” uit het in vertaling zijnde boek “Antroposofische beschouwingen over het Oude Testament” van Valentin Tomberg dat in het najaar gevolgd zal worden door diens “Antroposofische beschouwingen over het Nieuwe Testament en de Openbaringen van Johannes”.

De tweede petitie – Het geheim van paleis Noordeinde
De tweede petitie kan met, de nodige onvooringenomenheid, ook in de geest van de Willehalm Ridderorde beschouwd worden, omdat het een schrijver betreft die vanwege zijn boeken, cq. misdaadverslagen in dienst van de waarheidsvinding en rechtvaardigheid, ondanks de herhaalde pogingen tot karaktermoord in de bovengrondse pers en media,  een moderne ridder van het Woord genoemd mag worden. Hier handelt het namelijk om een verzoek aan de koning om niet alleen in het belang van een bedreigd en opgejaagd mensenleven maar ook in het belang van de wereld het “Geheim van het Paleis Noordeinde” prijs te geven. Onder dit geheim wordt normaliter de in de Grondwet verankerde Ministeriële verantwoordelijkheid begrepen dat op de website van het Koninklijke Huis onder de volgende titel wordt samengevat: “De Koning maakt onderdeel uit van de regering. Sinds 1848 staat in de Grondwet dat de Koning onschendbaar is en dat de ministers verantwoordelijk zijn.” Dit houdt o.m. in dat de koning niet mag ingrijpen in politieke kwesties, maar niet dat hij bv. zijn mening niet mag uitspreken over het waarheidsgehalte van een boek; dat betreft immers niet het politieke rechtsleven maar het culturele.


En daar gaat het juist om bij deze tweede ook op internet te ondertekenen petitie aan de huidige koning, nadat een eerdere aan staatssecretaris Teeven afgewezen werd: “Onderzoek en bevestig s.v.p. dat Karate Bob uw leven redde door De Gouden Tip”. Want het mag iedereen volstrekt duidelijk zijn dat als de koning, middels de Rijksvoorlichtingsdienst, zou bevestigen dat het inderdaad waar is wat Dr. Slobodan Mitric, alias Karate Bob, in zijn in 2008 met talloze feiten onderbouwde werkelijkheidsroman “De Gouden Tip – De verstrengeling van onder- en bovenwereld en de moord op G. J. Heijn” heeft onthult, namelijk dat de bende, ja bende, die Heijn ontvoerd en vermoord heeft het oorspronkelijk op de toenmalige kroonprins had gemunt en dat hij, Karate Bob, dat heeft weten te verijdelen door het voortijdig door te geven aan de veiligheidsdienst van het Paleis Noordeinde, dat immers dan staatssecretaris Teeven en het ministerie van Justitie eigenlijk niets anders kan overblijven dan eindelijk (knarsetandend?) af te zien van hun illegaal en onmenselijk voornemen om de doodzieke, noodlijdende en in erbarmelijke toestanden in Amsterdam levende redder van het Koningshuis naar zijn zekere dood in het voormalige Joegoslavië te deporteren! Tevens zou onze koning ook kunnen bevestigen dat het inderdaad waar is dat niet alleen hij zijn leven, en daarom dat van zijn Koningschap en kinderen, maar dat ook zijn moeder, nu prinses Beatrix haar leven aan karate Bob te danken heeft.

Ziedaar het ietwat andere geheim van Paleis Noordeinde wat in deze tweede petitie onze koning vriendelijk maar dringend wordt verzocht in het landsbelang te openbaren. Wij eindigen met een nootkreet van de betreffende zelf, toen hij zojuist vernam dat deze petitie binnenkort aangeboden zal worden: “HET IS HOOGSTE  TIJD – de koning en koningin kunnen, indien ze het willen, onrecht in recht omsmeden.”

Update (juli 23, 2016) : Deze petitie is niet langer actueel en online, omdat Dr. Mitric niet meer acuut met deportatie wordt bedreigd en hij al geruime tijd een pensioen ontvangt. Zijn gezondheidstoestand is echter vanwege gebrek aan medische zorg nog steeds slecht en daar hij moeilijk kan lopen, blijft hij afhankelijk van de mantelzorg van enkele hem toegewijden.


Noot: Deze aankondiging is ook te lezen op de Willehalm weblogs http://willehalminstituut.blogspot.nl; en Karate Bob = Dr. Slobodan Mitric
Informatie over dit op 28 mei tussen 13.30 en 14.30 uur plaatsvindende evenement bij het ruiterstandbeeld van Willem van Oranje voor het paleis van Noordeinde in Den Haag door de uitvoerder: Robert Jan Kelder: 020-6944572; 06-23559564

donderdag 7 november 2013

Petitie aan de koning - Een Willehalm-Ridderorde van het Woord (m/v) instellen als aanvulling op de Militaire Willems-Orde

Willehalm Instituut Persbericht

Amsterdam 6 November, 2013 – Op 3 november jl. heeft Robert Jan Kelder namens de Willehalm Stichting een petitie aan koning Willem-Alexander als Grootmeester van de Militaire Willems-Orde opgesteld om een Civiele Willehalm-Ridderorde van het Woord (m/v) in te stellen. Op 28 mei 2014, de (vermoedelijke) 1200ste sterfdag van Sint Willehalm, of te wel de historische, middeleeuwse Willem van Oranje (zie afb.), zal de petitie aan de koning en aan de Raad van Adel ingediend worden namens de tot die tijd binnengekomen ondertekenaars. Tot het zo ver is, zal aan de verdere vormgeving en onderbouwing van de petitie gewerkt worden. 

Hier volgt wat op de Willehalm-Orde.Petities.nl te lezen staat met links naar drie ondersteunende blogs (o.m. deze).


* * *

De Willems-Orde werd in 1815 door koning Willem I ingesteld en is genoemd naar de middeleeuwse Willem van Oranje, stichter van het Oranjehuis in Zuid-Frankrijk, paladijn van Karel de Grote en beschermheilige van het Keltische christendom, die in 1066 tot schutspatroon van de ridders werd benoemd.
PETITIE
Wij
allen die een vernieuwing van het ridderschap in een moderne vorm wensen
constateren
Over deze Willem van Oranje heeft Wolfram von Eschenbach, naast zijn "Parzival", een epos "Willehalm" gedicht. Deze Willehalm heeft niet alleen Europa in de 9e eeuw ervan behoed om door de Mooren uit Spanje bezet te worden, maar, volgens Werner Greubs onderzoeksverslag "Willem van Oranje, Parzival en de Graal - Wolfram von Eschenbach als historicus", ook een beslissende rol gespeeld in de totstandkoming van het Graalkoningschap van Parzival.
en verzoeken
Uwe Majesteit, Grootmeester van de Militaire Willems-Orde als enige daartoe grondwettelijk bevoegd, om een "Civiele Willehalm Ridderorde van het Woord" (m/v) in te stellen ten einde met de nodige moed, rechtvaardigheid en trouw de hedendaagse Graalimpuls te verwezenlijken, die besloten ligt in het omvormen van de huidige op egoïsme gebaseerde wereldeconomie tot een zodanige die gebaseerd is op liefde voor de mens, aarde en kosmos.


http://Willehalm-Ridderorde.petities.nl/  is het adres om de petitie te ondertekenen en/of door te geven.
* * *
Op dezelfde dag (3 november) heeft de Willehalm Stichting een tevens ondertekenbare petitie t.o.v. Dr. Slobodan Mitric (Karate Bob) opgesteld die op inhumane en illegale wijze door staatssecretaris Teeven binnenkort dreigt uitgewezen te worden naar Servië waar hij voor zijn dood vreest. 
Update: Deze petitie is intussen geannuleerd. De begunstigde is op 25 november 2016 overleden.

dinsdag 28 mei 2013

Willehalm Ridderorde (i.w.) Rondbrief # 2- Sint Willehalmsdag




Amsterdam, 28 mei 2013 - Voor niet-Katholieken, waarvan ik er een ben, mag het ietwat bevreemdend of zelfs afstotend voorkomen, wanneer hier van "Sint" Willehalm sprake is (zie afb.), daar protestanten van allerlei pluimage en al helemaal ongelovigen persoonsverheerlijking dezer aard afwijzen. Maar te bedenken is dat toen de stichter van het Oranjehuis in 1066 door paus Alexander II tot beschermheilige van de ridders werd verklaard, het nog vele eeuwen zou duren eer het protestantisme als reactie op de excessen van het Vaticaan ontstond. Echter bij het stilstaan van deze Sint Willehalmsdag op de dag dat hij in 802 of 804 in het nu naar hem benoemde Saint-Guilhelm-le-Désert in Zuid-Frankrijk gestorven zou zijn, en het daarmee verbonden, aangekondigde voornemen om, niet later dan op 28 mei 2014, een petitie aan koning Willem Alexander in te dienen om een Willehalm Ridderorde van het Woord in te stellen - iets waartoe alleen hij, grondwettelijk gezien, in staat is - gaat het niet om persoonsverheerlijking. 

Nee, het gaat hier om een doorwrochte, wetenschappelijk onderbouwde poging om op grond van de onderzoeksbevindingen van het het eerste deel van de grandioze Graaltrilogie van Werner Greub Willem van Oranje, Parzival en de Graal - Wolfram von Eschenbach als historicus (dat onlangs in een nieuwe editie in het Engels is verschenen) recht te doen aan het over het algemeen onbekend en derhalve niet op waarde geschatte werk en leven van deze Willem met de Hoorn nadat hij als opperbevelhebber van het Karolingische leger aan de Spaans Mark het zwaard had neergelegd. Zoals in het boek van Werner Greub in detail na te lezen is, ondernam hij een Graalqueste op zoek naar de Graalfamilie, vond deze in wat nu de Elzas heet, vervolgens trad hij met een van de Graaldochters in het huwelijk om uiteindelijk zelfs spiritus rector van het Graalgebeuren van Parzival in de eerste helft van de 9de eeuw te worden. 

Aan zijn bijdrage aan de verdediging van het Europese christendom tegen de uit Spanje invallende Moren wordt in ons land weliswaar enigszins herinnerd doordat de door koning Willem I in 1815 ingestelde Militaire Willemsorde naar deze beschermheilige van de ridders werd benoemd, enigszins daar niemand die ik daarover sprak iets daarvan wist. Maar dat Willehalm als een der laatste beschermheren van het Keltische christendom daarmee ook de fysieke voorwaarde schiep opdat het Graalchristendom op vrije christelijke bodem in Europa kon plaatsvinden en daar zelfs een leidende rol in heeft gespeeld, dat is vrijwel (nog) nergens bekend, laat staan op zijn waarde geschat om als mogelijk inspiratiebron te dienen voor het instellen van een ridderorde van het Woord die een moderne wetenschap van de Graal, zoals die door Rudolf Steiner in de vorige eeuw als antroposofie is gesticht,  zou kunnen opnemen en uitdragen, ja ook verdedigen.  

Dat dit bewerkstelligd zou kunnen en moeten worden door middel van o.m. de Deugden, zoals die bv. door Herbert Witzenmann in zijn werk De Deugden - Jaargetijden van de ziel  op indringende wijze zijn beschreven, en door Jan de Kok zijn verlucht, (dat onlangs ook in een Engels versie The Virtues - Seasons of the Soul is verschenen) en door diens verdere "materiaal ter spiritualisering van het beschavingsprincipe": De rechtvaardige prijs - Wereldeconomie als sociale organica, Geldordening als bewustzijnskwestie - Een nieuw financieel stelsel vereist een nieuw beschavingsprincipe en het laatste werk in deze reeks dat op stapel staat:  Een nieuwe economische orde - Rudolf Steiners sociale organica als nieuwe vormgeving aan de aarde,  dat heb ik al eerder beschreven. Later zal nog andere inspiratiebron aangevoerd worden. Hier wil ik het tenslotte nog hebben over de door Werner Greub e.a. betwiste "officiële" datum van de sterfdag van Willehalm, dus zo'n 1200 jaar geleden volgens de geschiedenisboeken. 

Hiervoor wil ik een stuk dienaangaande citeren uit mijn verdediging van het eerste werk van Werner Greub op de aantijgingen van de Duitse antroposofische academicus, wijlen Christoph Lindenberg (CL) die deze in het orgaan "Die Drei" van de Duitse Antroposofische Vereniging  van december 1974 "Zwei Irreführungen für Gralssucher" {Twee dwaalwegen voor Graalzoekers) te berde heeft gebracht. Daarin bespreekt hij naast het boek van Werner Greub ook De Spear of Destiny van Trevor Ravenscroft, beide grondig de grond in borend. Het citaat bevindt zich alleen in het aanhangsel van de Engels vertaling van het Graalboek van Werner Greub (in de nieuwe editie op blz. 409 et. seq.) en luidt in mijn vertaling als volgt: 


"(CL) William of Toulouse became a monk at Gellone in 806, and died there in 812, according to the Vita Sancti Wilhelmi. Greub mentions this indication in the Vita, for he needs his Willehalm-Kyot to be alive in the year 848. Yet according to another source (e.g. Vita Hludovici, by the so-called Astronomus) William was long dead in 848 (see Das Leben Kaiser Louiss vom sog. Astronomus in - Quellen zur karolingischen Reichsgeschichte, Part 1, ed. Reinhold Rau, Darmstadt 1974, p. 354). Greub rejects the historical tradition with a – for him typical – argument: “We prefer however to base ourselves on Wolfram, not only on such ‘reliable’ history”. Greub is no longer able to note that what he claims to find in Wolfram von Eschenbach is absolutely nowhere to be found. Neither can we concede to Greub that it is a matter of interpretation by him. It is much rather a matter of inferences, based on inferences, which themselves are the result of inferences that hardly have any foundation in Wolfram’s text.

(RJK) Lindenberg would have found further ammunition for debunking Greub’s work and the identification of Kyot as Willehalm in particular, if he had double-checked the passage (on p. 50 ff.) where Greub finds support for his notion that Kyot-Willehalm was alive after 848. Greub does this by relying on a “genuine historical book published in 843 on Carolingian education by the Merowingian princess Dhuoda, the wife of Willehalm’s brother Bernard von Barcelona. He writes: “Dhuoda lists for her son all the deceased relatives. But the most famous – Willehalm – is not mentioned, so that it may be concluded that he was still alive.” In 1985, while on a lecture tour in France, I discovered in the library of Toulouse a French translation of this Latin work entitled “Le Manuel de Dhuoda – L’éducation Carolingien”, published by Edouard Bondurand (Mégariots Reprints, Geneva 1978) and searched for this reference. To my amazement, yes consternation, I then discovered in chapter LXXII “Noms de défuncts” (Names of the Deceased) on page 237 that Dhuoda does mention Willehalm (Guillaume) as one of the deceased! Needless to see, I also raised this point with Greub who exclaimed that then this document must also have been falsified and that nothing goes beyond Wolfram …Yet this is not so strange as it may first appear. Lindenberg bases himself on ecclesiastical and secular sources which painstaking historic research has shown are far from reliable. Consider for example what Arthur J. Zuckerman writes in his enormous tome “A Jewish Princedom in Feudal France 768-900” (Columbia University Press, 1972) on p. 198: “The character of the sources makes it difficult to determine with assurance the role and status of Duke William as an imperial officer in the court of Charlemagne. Almost all the extant materials touching on his life and career have been exploited for extraneous purposes by the competing monasteries Aniane and Gellone. Both sides in the conflict …have tampered with the original documents, altered and rewritten them, and even produced bold forgeries to promote their purposes. It is a highly delicate and perilous undertaking to detect the authentic act in the surrounding dross.” After an analysis of the considerable materials touching upon the life and career of William of Toulouse, our Willehalm, Zuckerman, whose work is not devoid wishful thinking itself, comes to the conclusion (on p. 244) “that he died before 823, at the age of fifty-three or less.” Again, this material makes Greub look a lot less wild in his speculation than Lindenberg accuses him of. "  

De reden dat, zoals Lindenberg schrijft, Greub Willehalm nodig heeft is dat het Graalkoningschap van Parzival  in het jaar 848 plaatsgevonden heeft en, omdat Willehalm als Meester Kyot daaraan deelnam, moet hij dus nog in leven zijn geweest, en alleen voor de buitenwereld officieel zijn gestorven. Iets soortgelijks beschrijft Werner Greub ook in het derde deel van zijn Graaltrilogie m.b.t. Wolfram von eschenbach die, niet zoals aangenomen wordt, na het voltooien van zijn Willehalm in het eerste kwartaal van de 13de eeuw gestorven zou zijn, maar nog rond 1250 in leven zou zijn geweest. Overigens weerspreekt Werner Greub ook op overtuigende wijze Zuckermans opvatting van Willehalm als een belijdende Jood, iets wat door de proloog van de Willehalm aan de Heilige Drie-eenheid en Sint Willehalm al bijkans onmogelijk blijkt. 

Nog enkele huishoudelijke meldingen: 
1. De uitgave van De Jezusmysteriën uit het derde deel van Werner Greubs Graaltrilogie dat voor vandaag was aangekondigd, moest uitgesteld worden, omdat ik (naast andere omstandigheden) tot het inzicht kwam dat ook het lange hoofdstuk 8.1 "De opwekking van de jongeling van Nain" in deze publicatie thuishoorde. [Update: Ben daarvan intussen tot het voortschrijdende inzicht gekomen, dat de hoofdstukken 5,6 en 7 eigenlijk onmisbaar zijn en een eigen uitgave met de laatste hoofdstukken 8 en 9 behoeven). Dit is het hoofdstuk waar datgene waarnaar in de vier eerste hoofdstukken slechts summier wordt verwezen, pas echt diepgaand wordt ontwikkeld, namelijk dat er bij de opwekking van deze jongeling door Christus  sprake was, cq. zou zijn van de "incorporatie" van Zarathoestra, degene die op zijn beurt bij de Jordaandoop zijn fysiek, etherisch en astraal omhulsel aan de kosmische Christus had "afgestaan", een zeer gecompliceerde gebeurtenis die alleen met de nodige voorkennis, onvooringenomenheid en geduld begrijpbaar wordt (mij heeft het lange tijd geduurd eer ik het kon opvatten, maar zoals Ewout Storm van Leeuwen zei onlangs: ook al zou het niet waar zijn, het is en blijft een ongelooflijk drama dat nauwelijks te verzinnen valt.)
2. Vandaag zullen de twee boeken die in het kader van de tentoonstelling in het Amsterdamse Stadhuis "De Deugden - Op naar een nieuwe hoffelijkheid" gepresenteerd werden en opgedragen zijn aan onze nieuwe koning en aan de Hoge Raad van Adel, te weten The Virtues en How the Grail Sites Were Found, aangevuld met de Nederlandse versies, per aangetekende postpakket met een begeleidende en deze brief naar het Paleis Noordeinde in Den Haag en het adres aldaar van deze Hoge Raad, het adviesorgaan van de koning in deze zaken, worden gestuurd. Tevens zullen de brochures "Willehalm Ridderorde van het Vrije Woord", dat als "droom voor ons land. Europa en de wereld", en de inleidingstekst van de tentoonstelling die ook als tekstposter aan de muur in de Stopera hing, waarin sprake was van het voornemen om een dergelijke petitie in te gaan dienen, meegestuurd worden.   
   

maandag 20 mei 2013

Parzival Pinksteren - "Het grootste wonder ooit!" - Willehalm Ridderorde (i.o.) Rondbrief #1


Moderne Godsdienst als sociale organica

Onderstaande rondbrief met bovengenoemde titel werd op 11 mei jl. aan een aantal vrienden en collega’s gemaild en is nu op deze Pinkstermaandag enigszins gecorrigeerd en bewerkt op deze openbare blog te lezen, en wel ter herinnering aan het Pinkstergebeuren van 848 onder de ster van Munsalvaesche: het revolutionaire Graalkoningschap van Parzival   

Niet ingegaan is eigenlijk op het allergrootste wonder ooit, zou men kunnen zeggen en mij ook verwijten, namelijk aan het oer-Pinkstergebeuren in het jaar 33, toen de heilige geest, zoals Jezus Christus in zijn afscheidsrede had aangekondigd, zich als de kosmische liefde aan de apostelen, daarna de discipelen en meerder honderden heeft geopenbaard. Dit was ook het moment dat Christus de geest van de aarde is geworden, en de aarde daarmee Zijn Lichaam. Dit is door Rudolf Steiner in zijn reeks voordrachten vanaf 1910 over het Vijfde Evangelie nader uitgelegd als een centraal gebeuren binnen het mysterie van Golgotha. Het op 28 mei aangekondigde [update: maar vertraagd] werk "De Jezusmysteriën - Rudolf Steiners Evangeliënenchronologie en de Christusprophetie van Zarathoestra" van Werner Greub gaat hierover, met name over het tot nu toe onbegrepen en onderdrukte geheim van de twee verschillende Jezuskinderen die door een mystieke vereenzelviging zich tot een wezen transformeerde, de uiteindelijke Jezus van Nazareth  die zich dan tijdens de doop door Johannes in de Jordaan met het kosmische Christuswezen heeft verbonden. 

Sociaal-organisch modelbedrijf
Dit centrale gebeuren in de mensheid is eigenlijk de christologische onderbouwing voor wat Herbert Witzenmann schrijft in zijn "Aforistische aansporingen voor een Seminaar over Sociale Organica" dat als vierde verhandeling in de publicatie "Een nieuwe economische orde - Rudolf Steiners sociale organica als nieuwe vormgeving aan de aarde" zal verschijnen en waarvan een lopende vertaling op de gelijknamige blog te bestuderen is. Wat hij als filosoof/antroposoof daar schrijft over de moderne Godsdienst is natuurlijk in de contekst van de hele verhandeling danig onderbouwd, maar ik wil het toch als een soort eigen aansporing kort samenvatten.  Witzenmanns aansporingen betreffen het oprichten en in stand houden van een sociaal organisch modelbedrijf of -instelling, dan wel een reeds bestaand bedrijf op een sociaal-organische  grondslag stellen. Hij beschrijft dit in 11 onderdelen, waarin o.m. de begrippen morele intuïtie, fantasie en techniek en het zog. "tegenstroomprincipe" uit eerdere verhandelingen verder worden ontwikkeld. Dit principe is in staat om storende en tot nu toe onopgeloste sociaal-economische polariteiten zoals de inherente, en soms voor bruut geweld zorgende tegenstelling tussen arbeid en kapitaal te harmoniseren. Verder komen de begrippen "epochale en bedrijfstechnische rechtsvorming", "drie machtsvormen" dwz. "organisatie-, vernietigings- en uitvoeringsmacht", "de rechtvaardige prijs" en "basis- en individueel inkomen" aan de orde. Deel 10 van zijn betoog begint dan met het allerbelangrijkste belang van het scheppen van een cultuur van beraadslaging en wederzijds begrip, iets wat in de buurt van ons poldermodel komt. Dan stelt hij tegenover het begrip "menswaardigheid van de de arbeid", het begrip "arbeidswaardigheid van de mens", waardoor wellicht de minimale voorwaarde is geschapen, voor het citeren van wat onmiddellijk daarna komt: "De dienst aan het organisme van de aarde en het sociale organisme is de moderne Godsdienst, waartoe de mensen zich eerst waardig moeten maken. Men hoeft niet bang te zijn om dit godsdienstig character van een echt sociaal-organisch model cru uit te spreken. Want het gaat geenszins om een plaatsvervangende bevrediging van verouderde en sentimentele behoeftes van kerkgangers. Veeleer gaat het om een element van economische efficiëntie en sociale rechtvaardigheid. Want de arbeidswaardigheid is vergaand identiek aan de waardigheid van de beraadslagingen en de vaardigheid om deze door te voeren. Deze behoeven een bewuste cultuur. De hiervoor ter beschikking staande vormingsmiddelen zijn naast meditatie en de oefening van de zielenobservatie (introspectie) vooral een inleiding in de antroposofie als algemene mens- en wereldkunde alsmede  kunstzinnige oefeningen op het gebied van de door Rudolf Steiner nieuw ontsloten kunsten. De wetenschappelijke en kunstzinnige vorming binnen bedrijven die door Rudolf Steiner dringend aanbevolen werden en die in het kader van de tevens door Rudolf Steiner aanbevolen bedrijfsgesprekken in te bouwen zouden zijn, is onder vele gezichtspunten iets waar een toekomstige bedrijfsvoering dringend naar verlangt.'

Met deze inleiding hoop ik ook een richtingwijzend antwoord te hebben bemiddeld op problemen en belemmeringen bij de pogingen om vernieuwende impulsen, oasen der menselijkheid dan wel  "flowtowns" te bedenken en op te richten.     


Werkkamer Willehalm,  Amsterdam, 11 mei 2013 – Morgen, 12 mei is het volgens het Graalboek van Werner Greub “Willem van Oranje, Parzival en de Graal – Wolfram von Eschenbach als historicus”  precies 1265 jaar geleden dat Parzival, door het stellen van de vraag: “Oh oom wat deert je?” Anfortas van zijn leiden heeft verlost, en wel  door de bemiddeling van Degene die de Jongeling van Nain weer tot leven bracht. En dat bovendien hijzelf, Parzival in de Graalburcht Munsalvaesche in aanwezigheid van zijn vrouw Kwondiramour, zijn oom Kyot=Willehalm, zijn zoon  Lohengrin, zijn Arabische halfbroer Feirefiz, en overige graalridders en jonkvrouwen op 12 mei, 848 in het graalpaleis Munsalvaesche in het Graalland Terre de salvaesche Graalkoning is geworden. (Waarschuwing tussendoor: voorzichtig, er komen nog wat meer lange zinnen die een meditatieve lezing verlangen maar waarvoor verdere verklarende verwijzingen zijn aangegeven!)

Kluizenaar Trevrizent
Na deze inhuldiging is het eerste wat Parzival doet dat hij met een kleine schaar graalridders naar de kluizenaar Trevrizent rijdt die een driedelige grot bewoont anderhalve mijl van de graalburcht vandaan beneden in het dal. Deze Trevrizent is kluizenaar geworden om boete te doen voor zijn  broer de zwaarlijdende visserskoning Anfortas (het grote Graalverhaal is een uitgebreide familiekroniek over het Graalgeschlacht). Als Trevrizent hoort dat Parzival het Graalkoningschap heeft “veroverd”, roept hij verbaasd  dat dit het grootse wonder is dat ooit is geschied, namelijk dat Parzival de vervulling van zijn wensen om Graalkoning te worden van de heilige Drie-eenheid heeft afgedwongen en daarmee het erfelijkheidsprincipe heeft overwonnen door een spirituele daad! (Parzival was namelijk, erfelijk gezien,  niet voorbestemd om Graalkoning te worden, wel Graalridder. Zie voor verdere uitleg het hoofdstuk over Wolfram’s astronomie in het bovengenoemde Graalboek van Greub.)

Het wonder van Munsalvaesche
Natuurlijk is deze “zelfverlossing” (de overgang, psychologisch gesproken,  van het alles en zichzelf betwijfelende intellectualisme  naar het weer met het heelal en zichzelf verbonden intuïtionisme   maar nu zelfbewust, een heuse gruwel in de ogen van de leiding van  de Kerk van Rome. Deze wil haar wankelende positie als bemiddelaar in de relatie tussen God en de mens als haar diepste bestaansgrond ten koste van alles verstevigen en behouden. En daarom deze indirecte “zelfzaligverklaring” gaarne als een mooi en spannend sprookje beschouwen, opdat deze diepe waarheidsgehalte, het eigenlijke mysterie van het Parzival Pinksteren van 848 als het wonder van Munsalvaesche, een herhaling van de Ster van Bethrlehem, verborgen blijft en mensen niet tot ethische “zelfproductie”, het eigenlijk doel van het aards bestaan,  aanleiding geeft.)  

De Deugden – Op naar een nieuwe hoffelijkheid
Met deze  brief wordt een verdere poging ondernomen om een een nieuwe, moderne Graalbeweging, een Willehalm Ridderorde van het Woord, in het leven te roepen, een beweging naar een Nieuwe  Hoffelijkheid – dat laatste is de ondertitel van de tentoonstelling “De Deugden” in de Amsterdamse Stopera, die verleden vrijdag eindigde en nu naar een meer passend, meer verheven onderdak zoekt. Passender, omdat de blauwe expositewand van de Stopera, met all respect en enige uitzonderingen, niet bepaald de juiste omgeving is gebleken voor de 13 diepzinnige filosofisch antroposofische muurmeditaties van Herbert Witzenmann en de fraaie illuminaties van Jan de Kok over de opeenvolgende en in elkaar overgaande zielenstemmingen van de maanden van het jaar:  vanaf januari: moed wordt tot verlossingskracht tot en met december: Het in toom houden van de tong wordt tot waarheidsgevoel.
  
Petitie voor een Willehalm Ridderorde van het Woord
Dit is de dus een Pinksterbrief, de eerste van een reeks brieven van en over de Willehalm Ridderorde (i.w.) ter  herinnering aan wat er morgen 1256 jaar gebeurde, gericht aan degene vrienden en collega’s die de ontwikkelingen rond de komende petitie aan koning Willem-Alexander om een ridderorde van het Woord in te stellen, mogelijk willen volgen en wellicht eventueel willen ondersteunen. De petitie is, in wezen, een verdere poging om het huidige, aan de politiek geknechte, onder ministeriële verantwoording liggende, (dus niet  staande)  koningschap wil omvormen in een vrij koningschap van het Woord, en wel in navolging van het graalkoningschap van Parzival op Pinksterzondag, 12 mei 848, een koningschap dat door  de koninklijke of sociale kunst en de sociale organica wordt uitgeoefend. (Ik heb hier al eerder over geschreven bv. als een bijdrage aan de modenisering van de monarchie in het nawoord op Greubs grandioos Graalboek.)

De tweevoudige unieke positie van de huidige monarch
De koning en koningin hebben weliswaar alles gedaan om iedereen te overtuigen dat ze net zo gewoon als u en ik zijn, maar dat neemt het feit niet weg dat de positie van de koning in twee opzichten totaal uniek is in ons land. Ten eerste is hij de enige die koning mocht worden met alle privilegiën van dien. Dit laatste houdt ook in dat hij de enige in ons koninkrijk is die, grondwettelijk gezien, een nieuwe ridderorde kan instellen. Iets wat aan hem dus gevraagd zal worden, maar dat hij alleen maar zal overwegen te doen (of waarschijnlijk niet doen, maar je weet het nooit) op advies van de Raad van Hoge Adel, die daarom dus ook de petitie toegestuurd zal worden of persoonlijk overhandigd, wanneer het zo ver is. Dit zou op zijn laatst 28 mei 214 moeten zijn, wanneer het precies 1200 geleden is dat Willehalm in Saint-Guilhelm-le-Désert in Zuid-Frankrijk  gestorven zou zijn.)
Ten tweede is de monarch uniek in die zin dat deze de enige in het hele koninkrijk is die zijn mening niet in het openbaar mag verkondigen. Deze bepaling is een overtreding van Artikel 1 van de Grondwet. (In mijn laatste PowerPoint presentatie  “Het beleg en de bevrijding van Oranje” tijdens de tentoonstelling  “De Deugden in het Amsterdamse Stadhuis op 3 mei jl. heb ik getracht deze bevrijding van het huidige, gebonden koningschap te illustreren aan de hand van het beleg van de stad Orange door de Saracenen en de bevrijding door Willehalm en de zijnen, waarbij niet de wereldwijd toenemende Islamisering als de grootse vijand werd beschreven maar het huidige materialistische beschavingsprincipe, dat alle takken der wetenschap, technologie, politiek en economie etc. naar zijn hand heeft gezet. Deze grootste macht ter wereld  (Witzenmann)  die de onmenselijkheid in haar vaandel draagt zou dus door een nieuw beschavingsprincipe, de sociale organica  dat boven de democratie uitgaat en deze aanvult, vervangen moeten worden. Iets wat kan gebeuren door het oprichten van een model-oase der menselijkheid, zoals bv. uiteengezet is in Geldordening als beschavingsprincipe – Een nieuw financieel stelsel vereist een nieuw beschavingsprincipe van Herbert Witzenmann en verder in de komende publicatie Een nieuwe economische orde – Rudolf Steiners sociale organica als nieuwe vormgeving aan de aarde.)

Radio Parzival?
Deze nieuwe ridderorde zou verder ook een tegenwicht, liever gezegd tegenlicht, kunnen en moeten bieden aan het Vaticaan  met name haar stormtroepen de Jesuïten, waarvan een hunner zelfs paus is geworden. Deze eist bv. de alenige bevoegdheid om iemand heilig, dan wel zalig te verklaren, en gebruiken als een middel voor hun machtsuitoefening ook de heilige Maria  die (bv. op  Radio Maria) herhaaldelijk in vroom maar dronend gebed “de Moeder van God” wordt genoemd, terwijl zij niets meer of minder is geweest dan de moeder van het Jezuskind uit het Evangelie van Lukas, de Jezus die pas later als Jezus van Nazareth tijdens de doop in de Jordaan zich met Christus heeft verbonden (De Willehalm Ridders van het Woord zouden als antwoord en aanvulling daarop een Radio Parzival kunnen starten). Ook wil de Vaticaan,  naar verluidt,  niet bekend maken dat er, zoals Rudolf Steiner in zijn Vijfde Evangelie voor het eerst rond 1910 al naar buiten heeft gebracht,  naast de Maria van het Lukasevangelie ook een Maria van het Matteüsevangelie bestaat, wier kind niet door de herders maar door de drie Koningen werd bezocht, gehuldigd en aanbeden. En, in tegenstelling tot het Lukas kind dat naar Egypte moest vluchten om aan de beulen van de zwartmagiër koning Herodes te ontkomen,  zich op 18jarige leeftijd (weer volgens Greub) in de tempel van Jerusalem met de 12-jarige Jezus van het Lukas geboorteverhaal heeft verenigd. (In het recente boek bv. “Jezus van Nazareth” over diens kinderjaren van de vorige, al gauw vergeten, Duitse paus  wordt dat geheim weggemoffeld in wazige denkbwegingen.)  Dit geheim en dat van de twee verder Jezus genoemde mannen (de Jezus van Nain en de Jezus ben Pandira) is echter o.m. wat uitgebreid aan de orde zal komen in het voor 28 mei, Sint Willehalmsdag, aangekondigde  en al bestelbaar  boek “De Jezusmysteriën -  Rudolf Steiners Evangeliënchronologie en de Christusprophetie van Zarathoestra” van Werner Greub. Dit is een onderdeel van het derde deel van zijn Graaltrilogie over de oorspronkelijke  historische Willehalm, Willem of te wel Wilhelmus van Oranje, Parzival en de Graal, dat voor 28 mei, ter viering van de officiële (maar slechts vermoedelijke) 1200ste sterfdag van Willehalm, aangekondigd is (update: verzet naar het streefdatum 26 juni, Sint Jansdag).

Graaloorlog aan het Goetheanum
Het derde doel van de Willehalm Riddersorde (i.o.) dat nagestreefd zou kunnen en moeten worden is de positie in deze zaak belichten van de Algemene Anthroposofische Vereniging in Zwitserland  met name het huidige bestuur daarvan en tevens de verantwoordelijken voor het Goetheanum, de Vrije Hogeschool voor Geesteswetenschappen. Laatste heeft  weliswaar als goede daad het boek van Werner Greub in 1974 uitgegeven, maar daarna,  toen het werd aangevallen, niet verdedigd, zelfs de publicatie van de twee volgende delen lang onderdrukt. Mede door andere verzwarende omstandigheden, is daardoor deel 2 en deel 3 daarvan pas na de dood van de schrijver in 1997 pas in 2003 en 2004 uitgegeven door zijn zoon (In een hoofdstuk “Uiteenzetting met mijn critici” uit deel 2 noemt de schrijver deze interne richtingstrijd aan het Goetheanum zelfs een Graaloorlog! In mijn inleiding op deel 1 heb ik hierover bericht.)  En heeft het 16 jaar (!) geduurd alvorens de Engelse vertaling als manuscript is verschenen, en liefst 24 jaar eer de complete Nederlandse vertaling is uitgekomen. Dat bestuur zou nu eindelijk na zo veel jaren tenminste de weerlegging van de treffende kritiek door Werner Greub in dat hoofdstuk in deel 2 van zijn Graaltrilogie van de kritiek van Nederlandse antroposoof  en Germanist Halbach moeten laten afdrukken in het weekblad “Das Goetheanum”, om daardoor de zo lang onderdrukte grondige discussie over dit werk te openen. Dit zou ook kunnen gebeuren in een Nederlands vertaling van dat kritische denktoernooi met een inleiding door de Antroposofische Vereniging in Nederland, met name door haar centrum de Vrije Hogeschool voor Geesteswetenschappen in het blad van de Vereniging Motief. Met de nodige medewerking onderneemt dat naar behoefte het Willehalm Instituut zelf, want ik zie de bovengenoemde aanbeveling niet zo gauw gebeuren...

Een ieder nog een gelukzalig Parzival Pinksteren en Vurige Tongen wensend, in de hoop dat deze brief in een behoefte voorziet om meer helderheid te verkrijgen omtrent de mogelijk doelen van en deelname aan een Willehalm Ridderorde (mijn excuses als dit niet het geval is)  en ook enigszins leesbaar is, verblijf ik,

Robert Jan Kelder



woensdag 3 april 2013

Aankondiging petitie Willehalm Ridderorde aan onze nieuwe koning

Noot: Vanaf vandaag 3 april 2013 is de tentoonstelling De Deugden - Op naar een Nieuwe Hoffelijkheid in de Amsterdamse Stopera (Amstel 1, 1011 PN) te bezichtigen. In de onderstaande inleiding en verantwoording i.v.m. Willehalm van Oranje en het Nieuwe Koningschap, die de bezoekers te zien krijgen, is ook sprake van een publieke petitie aan onze nieuwe koning om een nieuwe, Willehalm Ridderorde van het Woord in te stellen. Bloglezers die dit verzoek willen ondertekenen, kunnen dat hier of op de Willehalm Instituut blog kenbaar maken door vermelding van hun naam en woonstad. De officiële opening van de tot 10 mei durende expositie is op 5 april van 15-17 uur. Toegang is gratis.


Hier in de Stopera van de Keizerstad Amsterdam – de Oostenrijkse Keizer Maxi-miliaan verleende de hoofdstad in 1489 het recht om de keizerskroon op haar wapen met het huidige in 1946 door Koningin Wilhelmina toegekende devies Heldhaftig, Standvastig en Barmhartig te voeren - is het voor het eerst dat alle 12 bezinningsteksten uit het handboek voor moderne levenskunst De Deugden – Jaargetijden van de ziel van de Duitse filosoof/antroposoof Herbert Witzenmann tezamen tentoongesteld zijn (in het Nederlands en Engels) met de 13 illuminaties van de Nederlandse kunstschilder Jan de Kok. 

Deze internationale tentoonstelling zal op 5 april (15-17 uur) formeel geopend worden met een vernissage in aanwezigheid van de schilder. In zijn boekpresentatie van een herziene editie van De Deugden zal uitgever Robert Jan Kelder een historische link leggen met de middeleeuwse stamvader van het Oranjehuis, de legendarische Willehalm (zie afb.). Deze was een paladijn van Keizer Karel de Grote en een der laatste beschermheren van het Keltische of esoterische christendom, die krachtens zijn voorbeeldige belichaming van de ridderlijke deugden moed, rechtvaardigheid en trouw door paus Alexander II in 1066 tot beschermheilige van de ridders werd benoemd. 

Op 30 april, 2013 zal de huidige Willem van Oranje niet alleen als Koning der Nederlanden ingehuldigd worden, maar ook als zodanig aantreden in zijn functie als nieuwe Grootmeester van de door Koning Willem I in 1815 ingestelde Militaire Willems-Orde, die terecht genoemd is naar de beschermheilige van de ridders. Aangemoedigd door recente onderzoeksresultaten over de tot nu toe onbekende, sociaal-spirituele levensloop van zijn Frankische naamgenoot zal onze nieuwe Koning een publieke petitie aangeboden worden met een breed gemotiveerd verzoek om als aanvulling op de Willems-orde  van het Zwaard een Willehalm-Ridderorde van het Woord in te stellen. Dit met de nobele taak om een Beweging voor een Nieuwe Hoffelijkheid op gang te brengen door de belichaming van de 12 hier gepresenteerde Deugden als tegengewicht voor de almaar in ons koninkrijk en daarbuiten om zich heen grijpende onbeschoftheid, de “nieuwe hufterigheid”.

De van 3 april tot 10 mei durende en op weekdagen van 7 tot 18 uur voor het publiek geopende expositie De Deugden is een vrije bijdrage aan het door wethouder Andrée van Es in 2011 geïnitieerd project Amsterdam Hoffelijk. De ondertitel Op naar een Nieuwe Hoffelijkheid is ontleend aan de deugdbeweging van september die begint met: “Het medelijden dat vrijheid wordt, geeft de hoffelijkheid haar zin en waardigheid terug” en die eindigt met: “Aldus wordt hoffelijkheid tot tact van het hart.”

H.P. Blavatsky en Rudolf Steiner

De 12 hier weergegeven maandmeditaties gaan, naar verluidt, terug op Madam Blavatsky, een van de oprichters van de Theosofische Vereniging, die aan elke maand een Deugd toekende, bv. mei: evenwicht.  Daarna heeft Rudolf Steiner, de oprichter van de Antroposofische Verenigigng, er beweging in gebracht: evenwicht wordt tot vooruitgang. Vervolgens was het Herbert Witzenmann (1905-1988), een persoonlijke leerling van Rudolf Steiner, die het denkinterval tussen de in beweging gebrachte Deugden invulde en er een magisch-idealistische inleiding “Over het ontstaan van de Deugden” voor schreef alsmede een apologetisch-filosofisch nawoord “Voorbereiding op de omgang met de Deugden”. Ook gaf hij de bronnen uit de spirituele schatkamers van de mensheid aan voor de mantra’s waarmee de 12 Deugden als Geesten der Beweging eindigen.

Jan de Kok

Over zijn illuminaties voor De Deugden schreef Jan de Kok, die Maarten Krabbé en Jan Sierhuis tot zijn leermeesters rekent, het volgende: “Bij de afbeeldingen van de Deugden heb ik mij laten leiden door de natuur. De natuur, waarin vaak onzichtbare krachten werkzaam zijn in samenhang met de gehele kosmos. Dit heb ik uitgedrukt in pure kleurkracht die uiteindelijk uitmondt in vormkracht. Kleur gaat immers voor de vorm uit. Het zijn deze krachten die de natuur laten groeien. In samenhang met het beeld en de tekst uit dit boekje kan het gebeuren dat de geestelijke realiteit werkelijkheid wordt en men tot een meditatief beleven komt. Vanuit de kleurbelevingen in ons wezen die iedere maand van het jaar een belangrijke rol spelen, ons daarmee verbindend kan dit in het hier en nu een duidelijke vorm krijgen. Een bewustzijn van onszelf en de natuur om ons heen maakt dat we het totaal, de samenhang beter begrijpen.”

Willehalm Ridderorde

De historische onderbouwing van de petitie om een Ridderorde van het Woord in te stellen aan het adres van onze nieuwe koning, die krachtens Art. 75 van de Grondwet als enige in ons koninkrijk daartoe bevoegd is, is ontleend aan het door de Willehalm Stichting in 2009 uitgegeven onderzoeksverslag Willem van Oranje, Pazival en de Graal –Wolfram von Eschenbach als historicus van de Zwitserse antroposoof Werner Greub. Daaruit blijkt dat, na zijn militaire loopbaan als opperbevelhebber van het Karolingische leger ter verdediging van de Spaanse Mark tegen de invallende Moren, deze Willem met de Hoorn een leidinggevende rol heeft gespeeld in het wonderbaarlijke Graalkoningschap van Parzival èn in de mondelinge overleverings-stroom daarvan over 11 generaties via Wolfram von Eschenbach tot op heden.

Droom voor ons land, Europa en de wereld

Onder de titel De Deugden, Oranje en het Nieuwe Koningschap zal dit tijdens college in de Stopera op 26 april en 3 mei verder uiteengezet worden als “Droom voor ons land, Europa en de wereld”, inspiratie voor onze nieuwe koning èn koningin.

Robert Jan Kelder
Willehalm Stichting,
Amsterdam, 3 april 2013