vrijdag 17 juli 2015

"Een erg mooi initiatief" - Wethouder Van der Poel m.b.t. Project Landgoed Willehalm op het voormalig "Sprookjesland van Ooit"

"Een erg mooi initiatief" - met deze woorden reageerde  wethouder Van der Poel van de Gemeente Heusden, verantwoordelijk voor de herbestemming van het voormalig "Sprookjesland van Ooit", op een brief van de directeur en stichter van de Stichting Uitgeverij Willehalm Instituut in Amsterdam Robert Jan Kelder om op het nu "Poort van Heusden" genoemde landgoed, dat te koop is, de zetel van de Willehalm Ridderorde van het Woord (i.o.) te vestigen als centrum van een "Oase der menselijkheid". 

Dit op 3 juni j.l. gedateerd schrijven aan de wethouder (zie bijlage) was een begeleidbrief op de uitvoerige brief van 27 mei j.l. aan koning Willem-Alexander i.v.m. de formele petitie aan onze monarch, tevens Grootmeester van de Militaire Willemsorde, om als aanvulling hierop een Civiele Willehalm Ridderorde van het Woord in te stellen, een brief waarin aan het einde het Project Landgoed Willehalm aan de orde kwam. Deze al op 28 mei 2014 ingediende petitie ligt nu ter behandeling bij de Kanselarij van Nederlandse Orden in Den Haag.

(Update: Deze peitite werd door de Kanselarij der Nederlandse Ordens schriftelijk namens de koning op 25 november 2017 afgewezen met de onderbouwing dat men een dergelijke orde niet noodzakelijk achtte.) 

Nu is het zaak om in de zin van de lijfspreuk van deze Gemeente "Dromen, Doen, Heusden" om deze droom gaandeweg werkelijkheid te maken door dit cultureel-spiritueel initiatief verder uit te werken, een bedrijfsplan samen te stellen en aan de tot nu toe sinds 2005 als eenmanstichting  opererende Willehalm Stichting een voltallig bestuur en een Raad van toezicht toe te voegen om zodanig aan de juridische voorwaarden te voldoen ten einde de nodige fondsen, leningen en/of subsidies voor dit ontwikkelingsproject te verkrijgen.

Belangstellenden en potentiële medewerkers worden vriendelijk verzocht contact op te noemen met de Willehalm Stichting (info@willehalm.nl).


Bijlage:

Van “Land van Ooit” door “De Poort van Heusden” naar
“Landgoed Willehalm”, zetel van een nieuwe Ridderorde van het Woord?

Brief aan wethouder Mart van der Poel (Heusden Eén), verantwoordelijk voor
de herbestemming van het voormalige attractiepark in de buurt van Den Bosch

Robert Jan Kelder
Stichting Uitgeverij Willehalm Instituut
Kerkstraat 386A, 1017 JB  Amsterdam

Amsterdam, 3 juni, 2015

Zeer geachte wethouder Mart van der Poel,

Op dinsdag 12 mei jl. trok de reportage “Land zonder reuzen te koop” in het NRC Handelsblad mijn aandacht, met name het aan u toegeschreven citaat over de herbestemming van “het kerngebied” van “De Poort van Heusden”: “de droom blijft een attractiepark, maar ‘iets’ met zorg of cultuurhistorie mag ook.” Het “toeval” wil namelijk dat, na jaren van voorbereiding, op 19 april en 3 mei jl. er ten huize van het hoveniersbedrijf Anne Jan Madhuizen in De Bilt op mijn verzoek twee bijeenkomsten door een select gezelschap plaatsgevonden hebben over het grondvesten van een landgoed als zetel van de Willehalm Ridderorde van het Woord (i.o.); wij waren dus al op zoek naar een, als het ware, braak liggend landgoed dat een nieuwe bestemming zocht.

Na het lezen van de NRC reportage nam ik dus op eigen initiatief de volgende dag 13 mei telefonisch contact op met de projectleider Oscar van Limburg, die mijn informeerde over de huidige stand van zaken, dat zich dus al een gegadigde had gemeld voor het kasteel en de 21 omliggende hectaren, maar dat er nog niets definitief besloten was. Op Hemelvaartsdag, 14 mei ondernam ik vervolgens een verkenningstocht naar het landgoed in gezelschap van hovenier Anne Jan Mathuizen en mijn broer Johannes, die de reis financierde met o.m. een lekker avondeten in het Restaurant Havenzicht en een verblijf die nacht in hotel “De Verdwaalde Koogel” in Heusden.  In deze historische vestingstad deden wij aangename indrukken op (behalve een torenhoge parkeerboete van 90 Euro, daar wij als nieuwkomers niet wisten en het ook niet goed gemarkeerd was, dat men alleen in de gemarkeerde plaatsen kon parkeren en eerder een waarschuwing hadden verwacht), en maakten kennis met architect Johan van Eijk en de eigenaar Peter Verboven van Café De Republiek, waar naar verluidt zelfs de democratie in Nederland ooit haar intrede heeft gemaakt, iets waar ik straks op terug zal komen.

Welnu, als gesteld wordt dat het Project Landgoed Willehalm en de bijbehorende onderdelen met name drie tentoonstellingen over Willehalm van Oranje als Ridder van het Zwaard èn Rider van het Woord, De Deugden – Jaargetijden van de Ziel en over het landgoed zelf als model “Oase der menselijkheid” in principe van uw droom werkelijkheid zou kunnen maken om, met de nodige steun van derden, waaronder koning Willem-Alexander, binnen De Poort van Heusden, een bovenregionaal, landelijk ja Europees project met zelfs een universele aantrekkingskracht te ontwikkelen, dan schrijf ik dit uiteraard niet namens bovengenoemde gezelschap of welke groep dan ook, maar geheel op eigen naam en verantwoordelijkheid.

Deze boude stelling vereist natuurlijk een gedegen onderbouwing die ik u, in de vorm van een kopie aan de brief aan koning Willem-Alexander met een aantal links bij deze aan u voorleg. Deze brief heb ik verleden donderdag 28 mei bij het ruiterstandbeeld van Willem van Oranje  voor het paleis Noordeinde voorgelezen en daarna aan koning Willem-Alexander  met een kopie aan koningin Maxima bij het paleis afgeleverd (te zien op YouTube en ook hier lezen). Per post is een kopie aan de Kanselarij van de Nederlandse Orden gestuurd, waar nu de petitie om een nieuwe Ridderode van het Woord nu onder behandeling is.

In de hoop dat deze toekomstvisie van de Poort van Heusden in lijn met uw verwachting moge zijn en zodoende een aanzet tot een gesprek, ben ik,
Hoogachtend

Robert Jan Kelder
Dir. Stichting Uitgeverij Willehalm Instituut

vrijdag 29 mei 2015

Voorlezing Open brief aan koning Willem-Alexander ter viering van Sint Willehalmsdag op 28 mei 2015 nu op YouTube



De op Pinkstermaandag 25 mei j.l. aangekondigde voorlezing van de Open brief door Robert Jan Kelder als onderbouwing van de petitie om een Civiele Willehalm Ridderorde van het Woord als aanvulling op de Militaire Willems-Orde in te stellen is nu op YouTube. De digitale versie van de brief zelf is hier te lezen.

Na de voorlezing naast het ruiterstandbeeld van Willem de Zwijger voor het paleis Noordeinde (de beursbanner toont de spreker naast een afbeelding van Rudolf Steiners beeldhouwwerk de Mensheidsrepresentant) werd de Open brief aan de achterkant van het werkpaleis van de koning aan de marechaussee aldaar afgegeven voor hem met een kopie en zijn vrouw koningin Maxima. Daarna bleek bij een bezoek aan het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties dat de door de koning verleden jaar daarheen doorgestuurde petitie inmiddels naar de Kanselarij der Nederlands Orden ter verdere behandeling is doorgestuurd. De laatste handeling die dag bestond bijgevolg in het sturen van een kopie van de Open brief per post aan deze Kanselarij waar het Kapittel voor de Civiele Orden alsook dat der Militaire Willems-Orde is gevestigd.

donderdag 28 mei 2015

Open brief aan koning Willem-Alexander over de petitie om een civiele Willehalm Ridderorde van het Woord in te stellen


Robert Jan Kelder
Willehalm Stichting
Kerkstraat 386A, 1017 JB Amsterdam

Amsterdam, 27 mei 2015

Aan: Zijne Majesteit de Koning
Paleis Noordeinde, Den Haag

Betreft: Open brief over de voortgang van de petitie om een civiele Ridderorde van het Woord (digitale versie)

Majesteit,

Op Pinkstermaandag, 25 mei jl. heeft de Willehalm Ridderorde van het Woord (i.o.) een email doen uitgaan aan o.m. de Rijksvoorlichtingsdienst, de Hoge Raad van Adel en de Gemeente Den Haag en op een Willehalm leesblog op internet geplaatst. Daarin werd als klein evenement een Viering Sint Willehalmsdag 28 mei 2015 voor uw Paleis Noordeinde aangekondigd, tijdens welke  een Open Brief aan uwe majesteit als Grootmeester van de Militaire Willemsorde inzake de voortgang, invulling en verdere onderbouwing van de verleden jaar aan u ingediende petitie om een civiele Ridderorde van het Woord in te stellen[1] voorgelezen en daarna  ingediend zal worden. Ik voeg nu de daad bij het woord, om te beginnen met een eerste brief over de naamgeving van de beoogde ridderorde en een vooruitzicht op een vervolgbrief over een spirituele verdieping van haar economische missie: de behartiging, bevordering en bescherming van het Nieuwe Christendom ter herkerstening van de Lage Landen.

I.

Op 28 mei as. is het volgens de officiële geschiedschrijving, zoals u weet, precies 1202 jaar geleden dat de oorspronkelijke stichter van het Oranjehuis, de Frankische Willem van Oranje, paladijn van Karel de Grote en een van de laatste beschermheren van het Keltisch christendom in Saint-Guilhelm-le-Désert in Zuid-Frankrijk gestorven is. Verleden jaar op Sint Willehalmsdag heb ik met een select gezelschap tijdens een klein evenement bij het ruiterstandbeeld van Willem van Oranje voor uw paleis Noordeinde zijn sterfdag in herinnering geroepen. Bij deze gelegenheid heb ik namens de door mij opgerichte en voorgezeten Willehalm Stichting en nu 16 ondertekenaars tevens een petitie aan u bekend gemaakt, en daarna ook ingediend, om een nieuwe civiele Willehalm Ridderorde  van het Woord in te stellen, en wel als aanvulling op de door koning Willem I in 1815 ingestelde Militaire Willemsorde,  iets waartoe u als Grootmeester van die ridderorde volgens onze grondwet als enige bevoegd bent. Zoals u ook weet, maar vele van onze landgenoten niet weten, is de Militaire Willemsorde niet genoemd naar Willem de Zwijger of koning Willem I, maar naar de ook onder de naam Willem met de Hoorn bekende Willem van Oranje, die als opperbevelhebber van het leger aan de zuidgrens van het Karolingische rijk de opmars van de Moren uit Spanje en daarmee de dreigende Islamisering van Europa een halt heeft toegeroepen, waardoor hij in 1066 door paus Alexander II tot schutspatroon van de ridders werd verklaard. Al gauw na zijn dood op 28 mei 812 (het jaargetal 814 wordt ook genoemd) werd hij vanwege zijn roemrijke daden als volksheilige vereerd, waarvan de meer dan 100.000 verzen van de zog. chansons-de-geste getuigen, alsmede het feit dat de middeleeuwse Duitse ridder Wolfram von Eschenbach, na het dicteren van zijn wereldberoemd gedicht Parzival ook een heldendicht Willehalm over de stichter van het Oranjehuis op zijn naam heeft staan.

II.

Dit alles is aan de officiële geschiedschrijving bekend en kan nagegaan worden. Wat de chroniqueurs echter (nog) vrijwel onbekend is, is dat er sinds 2002 hier te lande nieuwe gegevens beschikbaar zijn in het erudiete door de Willehalm Stichting in 2009 volledig vertaald en uitgegeven onderzoeksverslag  Willem van Oranje, Parzival en de Graal - Wolfram von Eschenbach als historicus[2] van de voormalige Zwitserse legerofficier en antroposoof Werner Greub (1909-1997) over de spirituele loopbaan van deze Willem van Oranje als spiritus rector van Wolframs historisch graalverhaal van Parzival in de 9de eeuw en als de eigenlijke bron voor Wolframs heldendicht Willehalm.  Nadat het eerste deel van dit boek over de nieuwe spirituele biografie van Willehalm[3] in 2002 als huwelijksgeschenk aan u (in absentia) was opgedragen en aangeboden in een feestelijke bijeenkomst in de Oude kerk te Amsterdam, werd later de volledige versie van 2009 met mijn nawoord onder de titel “Het nieuwe koningschap -  Bijdrage aan de modernisering van de monarchie” ook aan U ter beschikking gesteld, terwijl de Engelse vertaling How the Grail Sites Were Found – Wolfram von Eschenbach as a Historian tevens aan u werd opgedragen en tijdens de internationale tentoonstelling De Deugden – Op naar een nieuwe hoffelijkheid in het Amsterdamse stadhuis in 2013  gepresenteerd, waar voor het eerst het in Nederlands èn Engels het voornemen om deze petitie aan u in te dienen publiekelijk aangekondigd werd. –  Deze tentoonstelling werd in 2014 in de slotkapel te Oud-Zuylen en in 2015 als deel van een minitentoonstelling over de Willehalm Riderorde van het Woord (i.o.) met haar lijfspreuk Michaël-Sophia in nomine Christi in het Willehalm Instituut voortgezet.

Uit dit onderzoeksverslag van Werner Greub blijkt dus dat uw middeleeuwse naamgenoot na het voltooien van zijn militaire loopbaan zich niet meteen, zoals over het algemeen aangenomen wordt,  als vrome monnik teruggetrokken heeft in het door hem gestichte dorp Saint-Guilhelm-le-Désert in Zuid-Frankrijk, maar een leidende rol heeft gespeeld in het graalverhaal van Parzival, ja en zelfs als de legendarische Meester Kyot de Provençaal Wolfram van Eschenbachs zegsman voor diens Parzival is geweest! Maar niet alleen dat: Werner Greub maakt in zijn meesterwerk ook duidelijk dat hij, dus Willehalm zelf ook de bron voor Wolframs heldendicht Willehalm is geweest! Dit betekent dat Willem van Oranje in zijn militaire loopbaan door het terugdringen van de opmars van de Moren uit Spanje en de dreigende Islamisering van Europa een halt toe te roepen, de fysieke èn spirituele voorwaarden ervoor heeft geschapen, dat daardoor vervolgens het historisch graalgebeuren van Parzival op vrije christelijke grond in het Avondland heeft kunnen plaatsvinden, dat hij daarin zelf als Kyot van Catalonië een leidende rol heeft gespeeld en dat hij bovendien als Meester Kyot de Provençaal door het stichten van een tweesporige traditie van mondelinge overlevering ervoor gezorgd heeft dat na elf generaties dit baanbrekend graalgebeuren van het graalkoningschap van Parzival in het licht van een herhaling van de Ster van Bethlehem via Wolfram von Eschenbach aan de nakomende generaties, dus aan ons overgedragen kon worden! Daarbij komt ook nog dat, volgens Greub, Willem van Oranje tijdens zijn gevangenschap in Spanje de Arabische prinses Guiborc of Arabelle tot het Keltische of Graalchristendom heeft weten te bekeren – een feit dat een lichtend voorbeeld kan zijn voor de vraag hoe spiritueel, en dus niet alleen politiek, om te gaan met aanhangers van de islam in Uw koninkrijk –  en dat zij daarna samen op de vlucht zijn geslagen naar Zuid-Frankrijk, waar zij gevolgd werden door een groot Moors invasieleger, die pas na de tweede veldslag bij Arles verslagen en weer terug in zee kon worden gedrongen

Wil men dus in het licht van deze indrukwekkende veelheid van nieuwe spirituele gegevens recht doen aan werk en leven van deze zo nog onbekende en dus in dit opzicht ondergewaardeerde Willehalm van Oranje, zou er dus alleen al om die reden, naast de naar hem genoemde Ridderorde van het Zwaard, te zijner eer ook een Ridderorde van het Woord in het leven geroepen moeten worden.

III.

Maar er zijn meer redenen om dit te doen. Deze liggen o.m. besloten in het begrippenpaar “Ridder van het Zwaard” en “Ridder van het Woord”, zoals die door Rudolf Steiner (1861-1925), grondlegger van de wetenschap van de Graal, beter bekend c.q. miskend als de antroposofie, is overgeleverd in bv. het boek Weltgeschichte im Lichte des heiligen Gral – Das Neunte Jahrhundert (“Wereldgeschiedenis in het licht van de heilige Graal – De negende eeuw”, niet vertaald). Daarin beschrijft de auteur Walter Johannes Stein in het eerste hoofdstuk een bezoek van Rudolf Steiner op 16 januari 1923 aan de 11de klas van de Vrije School in Stuttgart waarin juist op dat moment de Parzival werd behandeld, als volgt: “En er vonden zoals altijd de heerlijkste gesprekken tussen hem en de kinderen plaats. Deze keer zei hij: ‘Graal, dat komt van gradalis, dat betekent stapsgewijs. Stapsgewijs loopt de weg van Parzival’: van domheid via twijfel naar zaligheid.’” Daarna legt Rudolf Steiner uit dat het graalverhaal van Parzival tijdens de bloedige tijden van de 8ste/9de eeuw plaatsvond en dat door ruige streken en wilde wouden rondtrekkende ridders van koning Arthur als ridders van het zwaard, die destijds in Noord-Frankrijk en Engeland hun centrum hadden,  voor de nodige bloedige orde zorgden. Maar dat er ook andere ridders waren: “dat waren Ridders van het Woord. Het Woord is ook een zwaard, maar geen gewone. Het woord is een zwaard dat uit de mond van mensen komt” dat veredelt dient te worden door de draak, de wildheid van de bloedkrachten die Parzival destijds als Graalridder in zichzelf, dus niet in uiterlijke zin, moest overwinnen.

IV.

Wat nu de taak, ja missie  van de beoogde ridderorde van het Woord betreft, namelijk “de omvorming van de huidige op egoïsme gebaseerde wereldeconomie”, of zoals ook wordt gezegd van “de economisering van ons maatschappelijk bestel”, een taak die volgens een overlevering van Walter Johannes Steiner door Rudolf Steiner “de graalimpuls voor de 20ste eeuw werd genoemd”,[4] zo is die ook terug te voeren op woorden van Rudolf Steiner, namelijk op zijn in Zwitserland in 1922 voor economiestudenten op hun verzoek gehouden cursus Wereldeconomie.[5] Hierin wordt in 14 voordrachten en zes seminaars met vragenbeantwoordingen de grondslag gelegd voor een nieuwe wetenschap van de wereldeconomie voor een wereld, die aan het einde van de 19de eeuw van een politieke, nationale economie, of volkshuishouding wel feitelijk naar een mondiale, grenzen overschrijdende economie is overgegaan, maar nog steeds met een achter de feiten aanlopende volkshuishoudingskunde en op een op de natuurwetenschap en hogere mathematiek gebaseerde econometrie gepaard met politieke machinaties en machtswellust, als het ware, danig in de knoop zit.
                Als een antwoord op deze crisissituatie heeft verleden Michaëlsdag, 29 september j.l. de Willehalm Ridderorde van het Woord (i.o) in de Beurs van Berlage te Amsterdam ter viering van de ware tijdgeest en denkvorst Michaël, de laatste van drie op deze cursus Wereldeconomie gebaseerde publicaties van de filosoof/antroposoof èn industrieel Herbert Witzenmann (1905-1988), gepresenteerd, te weten Een nieuwe economische orde – Rudolf Steiners sociale organica, (op YouTube te zien), die in 2009 voorafgegaan zijn door presentaties in de Amstelkerk te Amsterdam van een geniale inleiding op de cursus Wereldeconomie onder de titel De rechtvaardige prijs – wereldeconomie als sociale organica  en van Geldordening als bewustzijnskwestie – een nieuw financieel stelsel vereist een nieuw beschavingsprincipe.  
                De taak van de beoogde ridderorde van het Woord om de economisering tegen de gaan door de economie zelf te hervormen en haar niet van buitenaf politieke, economie-vreemde stempels op te drukken, kan dus door dit nieuwe beschavingsprincipe, de sociale organica verwerkelijkt worden, mits natuurlijk dit principe door een voldoende aantal mensen begrepen en op waarde wordt geschat.
                In de tweeledige inleiding tot Een nieuwe economische orde  heb ik een poging ondernomen om de ontstaansgeschiedenis en het begrip van dit nieuwe beschavingsprincipe weer te geven, en wel door daar vooraf de twee volgende citaten op te stellen. Het eerste stamt van Rudolf Steiner uit zijn cursus Wereldeconomie met een aanvulling uit zijn christologisch werk met name i.v.m. het Johannes-evangelie, en luidt als volgt:

“De hele aarde vormt, als economisch organisme gedacht, het sociale organisme en, religieus-kosmologisch beschouwd, het lichaam van Christus.”

Het tweede citaat is van Herbert Witzenmann en stamt uit het vierde deel “Impulsen voor de oprichting van een sociaal-organisch modelbedrijf” uit de genoemde “ Nieuwe economische orde”: en luidt:

“De dienst aan het organisme van de aarde en het sociale organisme is de moderne Godsdienst, waartoe de mensen zich eerst waardig moeten maken.”

In deze op de aangegeven Willehalmblog na te lezen inleiding kan de overgang zichtbaar worden van het economische naar het christologische, de wereldwijde huishouding van de Aarde als lichaam van Christus en Hij als geest van die Aarde is de moderne Godsdienst, d.w.z. beide benaderingen kunnen door het “Het Nieuwe Christendom” worden behelst. Dit begrip werd door Rudolf Steiner op 18 juli 1924 te Arnhem tijdens de eerste van drie interne  zogeheten karmavoordrachten gekarakteriseerd als de eigenlijke inhoud van de antroposofische beweging in de geestelijke wereld[6], waarvoor de door hem en de zijnen in 1923/24 in Zwitserland de Antroposofische Vereniging met als haar onderwijs- en onderzoekscentrum het Goetheanum, Vrije Hogeschool voor Geesteswetenschappen, (her)opgericht werd om onder zijn inspirerende leiding dit nieuwe christendom op Aarde onder de mensheid te brengen.
                Na zijn vroegtijdige dood op 30 maart 1925 was het vooral de in Sint Petersburg geboren christelijke hermetist Valentin Tomberg (1900-1973) die in zijn antroposofische werkzaamheid, deels in ons land tussen 1938 en 1944, dit nieuw christendom verder heeft ontwikkeld, met name in zijn even diepzinnig als wijdreikende antroposofische beschouwingen over het Oude Testament, die verleden voorjaar in de slotkapel te Oud-Zuilen ten gehore werden gebracht, over het Nieuwe Testament, die dit voorjaar hier in de bibliotheek van het Willehalm instituut werden voorgelezen en over de Openbaringen van Johannes, die binnenkort ter sprake zullen worden gebracht. Door het vertalen en voorlezen van dit oorspronkelijk Duitstalig werk, dat onder de titel Jezus van Nazareth en het mysterie van de heilige Graal door de Willehalm Stichting uitgegeven zal worden, met name over de betekenis van de Bergrede en de negen Zaligsprekingen, is het mij o.m. duidelijk geworden dat met de stichting van de Antroposofische Vereniging tijdens de zog. Kerstbijeenkomst met zo’n 800 leden uit de hele wereld Rudolf Steiner niets anders beoogde dan aan te sluiten bij de oerstichting door de Christus Jezus van Gods Rijk op Aarde (Om het bestuur en de leden van de Antroposofische Vereniging hieraan, zoals al vaker maar tevergeefs, te herinneren en stappen in die richting te ondernemen, heb ik drie onderbouwde voorstellen onder de titel “In navolging van Christus Jezus” aan de op 29 en 30 mei as. in Driebergen plaatsvindende ledenvergadering ingediend.)
                In de vier sociaal-esthetische studies, waaronder Vormgeven of beheren, die Herbert Witzenmann als studiemateriaal voor de spiritualisering van het beschavingsprincipe aan de constitutie en geschiedenis van de heropgerichte Antroposofische Vereniging heeft gewijd, die binnenkort onder de titel Handvest der menselijkheid zullen verschijnen, heeft hij aangetoond dat de sociale organica nu op een meso-sociaal niveau in de statuten verankerd is, en dat dus deze als zodanig als oerbeeld kunnen dienen voor elk menselijk samenwerkingsverband dat op het bewustzijnsniveau van onze tijd wil staan. Dat zou dus betekenen dat de beoogde Willehalm Ridderorde van het Woord de sociale organica als het Nieuwe Christendom niet alleen uiterlijk zou kunnen uitdragen, maar ook innerlijk zich volgens deze richtlijnen zou kunnen vormgeven.

V.
Welnu, dit verder uit te werken, moet ik aan een volgende brief overlaten, die ik hoop uwe majesteit op 29 september, Michaëlsdag te kunnen aanbieden.  Daarin hoop ik u ook te kunnen berichten over het resultaat van de drie voorstellen aan de ledenvergadering van de Antroposofische Vereniging en over de voortgang van het samen met de schrijver en uitgever Ewout Storms van Leeuwen uit te voeren Jezusproject,[7] met name om op basis van het graalboek van Werner Greub deze zomer een reisgids Grailways, in het Engels, Frans, Duits en Nederlands samen te stellen over de in dit boek in kaart gebrachte graaloorden in Frankrijk, Duitsland en Zwitserland.  
                Verder wil ik u nog berichten dat de schilder Jan de Kok zijn 13 schilderijen van De Deugden op basis van het boek De Deugden – Jaargetijden van de ziel van Herbert Witzenmann tegen een zeer gereduceerde prijs aan de Willehalm Stichting te koop heeft aangeboden. Daardoor is een permanente tentoonstelling van deze doeken met de bijbehorende teksten/meditaties op een mogelijk biologisch-dynamisch bebouwd  landgoed Willehalm, als zetel van de beoogde nieuwe ridderorde, samen met een tentoonstelling over de nieuwe, spiritueel aangevulde biografie van Willehalm van Oranje als zowel Ridder van het Zwaard alsook Ridder van het Woord – die dus zowel de ridderlijke deugden (moed, rechtvaardigheid en trouw) belichaamde alsook de geloftes van de monniken (gehoorzaamheid, kuisheid en armoede) nastreefde –  hopelijk nog een stap dichterbij gekomen.  Want een stap in die richting heb ik onlangs op Hemelvaartsdag 14 mei samen met de hovenier Anne Jan Madhuizen en mijn broeder Johannes genomen door een bezoek te brengen aan het voormalige Land van Ooit, dat nu Poort van Heusden heet en een nieuwe zinvolle, bovenregionale bestemming zoekt. In de woorden van de verantwoordelijke wethouder Mart van der Poel, volgens een artikel in de NRC van 12 mei jl.: “de droom blijft een attractiepark, maar ‘iets’ met zorg of cultuurhistorie mag ook.”
            Zoals ik hoop in deze eerste brief, inclusief de literatuurverwijzingen, enigszins duidelijk gemaakt te hebben, voldoen de bij deze verder opgestelde doelstellingen van de beoogde nieuwe Willehalm Ridderorde van het Woord (m/v) aan de driedelige droom van de geachte wethouder uit Heusden: de twee genoemde veeltalige tentoonstellingen met bijbehorende studiereizen en voorlezingen, aangevuld met een derde tentoonstelling over de sociale organica zorgen voor de nodige aantrekkingskracht uit het hele land, ja ook uit de omringende landen; de belichaming en het uitdragen van het nieuwe beschavingsprincipe, de sociale organica zelf biedt, indien het elders school maakt, zelfs perspectief op een wereldvredebond, door het drievoudig sluiten van vrede met zichzelf, de ander en de Aarde. En niet alleen is het algemeen cultuurhistorisch aspect overduidelijk aanwezig, maar, en hiermee eindig ik deze brief, ook in het bijzonder sluit dit initiatief aan bij uw voorouders en voorgangers, met name Willem de Zwijger, en de koninginnen c.q. prinsessen Wilhelmina en Juliana, die immers allen op hun eigen manier in de traditie van Willehalm van Oranje op de bres stonden voor christelijke normen en waarden. Daarmee stonden ze niet alleen in dienst van alle Nederlanders, maar eigenlijk in dienst van de hele mensheid op aarde.

Met voortreffelijke hoogachting, verblijf ik, in afwachting van Uw mogelijke respons,

Robert Jan Kelder
Dir. Willehalm Stichting

Kopie aan o.m. het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, De Hoge Raad van Adel, en wethouder Mart van der Poel

Noot: Op 28 mei zal deze open brief met de links te lezen zijn op de Willehalmweblog http://Willehalm-Ridderorde.blogspot.nl




[1] Op 18 juni 2014 kwam per brief de ontvangstbevestiging van het Ministerie van BiZ en Koninkrijksrelaties van de door u aan haar ter behandeling doorgestuurde petitie.  Inhoudelijk is van dit ministerie verder niets ontvangen, ondanks dat door haar gesteld wordt dat in het geval dat de beantwoording langer dan 3 weken mocht duren,  hiervan bericht zal worden.
[2] In dit boek, dat beschikbaar is via BoekenRoute, wordt de sterfdag van Willehalm meer dan een hele generatie later aangegeven, in ieder geval na het jaar 848, de datum dat Parzival graalkoning werd. 
[3] Dit eerste deel is volledig te lezen in een eerste versie op www.willehalm.nl  
[4] De bron voor dit citaat is mij onbekend.
[5] Dit in 1986 door Uitgeverij Hesperia belangrijk werk is al geruime tijd uitverkocht en is, ondanks enkele aankondigingen, nog steeds niet heruitgegeven. Het is wel in het Engels onder de titel Word Economy – A Science of World-Economics op internet beschikbaar.
[6] Zie Rudolf Steiner, Karma-onderzoek 3, Zeist 1998 blz. 155. In deze tweede karmavoordracht karakteriseerde Rudolf Steiner ook de tegenstander van dit nieuwe christendom als het “ Nieuwe Arabisme” in de vorm van de door Francis Bacon en Amos Comenius, de gereïncarneerde Haroen al Rasjid en diens wijze raadgever Yahya ibn Khalid, die de grondslag legden voor de materialistische natuurwetenschap en de daarop gebaseerde sociale- en geesteswetenschappen, die niet in staat zijn het wezen van christendom te onderkennen, ja het veelal ontkennen door bv. Jezus, voor zover Hij überhaupt een aards bestaan toegekend wordt als de gewone timmerman uit Nazareth af te schilderen.
[7] Een onvolledige versie hiervan verscheen in het tijdschrift Onderstroomboven 7.0 van 14 april 2015.  

donderdag 16 april 2015

Aankondiging: Het Jezusproject - Het Nieuwe Christendom ter herkerstening van de Lage Landen



1. Het Land van Zuylen

Noot vooraf: Deze aankondiging was bedoeld voor publicatie in het op 14 april verschenen nieuwe themanummer Boeken in wording 7.0 van het tijdschrift “Onderstroomboven” onder de redactie van Ewout Storm van Leeuwen e.a., maar door een communicatiefout kon slechts het eerste deel het daglicht zien.


Al wandelend met broer Johannes in de prille lente van 2014 op de “beleefroute door het land van Zuylen” trof ik aldaar in de tuin van de historische slotkapel aan de Vecht een leestafeltje aan waarop de volgende bekentenis van de achttiende-eeuwse schrijfster en componiste Belle van Zuylen, Utrechts meest beroemde bewoonster, te lezen was:

“Beste wandelaar, dit kerkje was al meer dan 100 jaar oud toen ik op [slot] Zuylen woonde. Ik ben protestant opgevoed en hoopte christen te zijn. Mijn vraag aan God om mij religie te laten begrijpen is nooit beantwoord. Ik kwam altijd ziek van verveling of vol treurige twijfel de kerk uit. Het lukte mij niet om van een godsdienst te houden zolang deze een deel van Gods schepselen uitsloot van het beloofde geluk. Het kan toch nooit goed zijn dat de ene mens wordt gered omdat hij gelooft en de andere niet, omdat hij niet gelooft? – Het kerkje is niet meer hetzelfde als dat waarin ik ben gedoopt en getrouwd. Maar het is nog even klein en pittoresk.”

Dit gaf mij te denken: Belle van Zuylen was dus een van de kritische geesten “avant la lettre” die hun religieuze behoeften niet (meer) door het hen aangeboden traditionele christendom konden bevredigen en aldus de kerk verlieten om hun zielenheil elders te zoeken. Zij zocht immers tevergeefs een nieuw soort christendom dat niet meer alleen op geloof, maar op inzicht en kennis was gebaseerd.

Nu was het dat zo, dat ik juist in die tijd begonnen was met het vertalen uit het originele Duits van het boek “Jezus van Nazareth en het mysterie van de heilige Graal – Antroposofische beschouwingen over het Oude Testament, het Nieuwe Testament en de Openbaringen van Johannes” van Valentin Tomberg (1900-1973), een boek dat later dit jaar in het door mij in 1985 in Zwitserland gestichte en in 1986 naar Amsterdam verhuisde Willehalm Instituut voor Antroposofie als Graalonderzoek, Koninklijke kunst en Sociale organica uitgegeven zal worden. En het toeval wilde nu dat dit boek, waarvan een excerpt over Nietzsche in dit nummer 7.0.van Onderstroomboven te lezen is, nu precies aan Belle’s behoefte aan een nieuw soort christendom tegemoet komt. Want niet alleen dit werk, maar alle antroposofische werken en voordrachten van Tomberg, zoals zijn in 1938 en 1939 te Rotterdam gehouden voordrachten voor de Antroposofische Vereniging in Nederland onder de titels "Innerlijke ontwikkeling en de christelijke Rozenkruisers-weg” en “De vier Christusoffers en het verschijnen van Christus in het etherische” borduren voort op datgene wat de stichter van de antroposofie Rudolf Steiner (1861-1925) in zijn zogeheten “Vijfde Evangelie” en in zijn interne karmavoordrachten te Arnhem in 1924 als Het Nieuwe Christendom heeft beschreven: een esoterisch, kosmisch christendom dat een overgang wil maken van een geloofsgemeenschap naar een kennisgemeenschap, het geloof tot schouwen wil ontwikkelen om daarmee de circa 2000 jaar geleden uit elkaar gevallen gebieden van kunst, wetenschap en religie in een nieuw openbaar mysteriewezen op aarde onder de mensheid te herenigen.

Dit alles in overweging genomen deed bij mij toen de gedachte opkomen of het niet mogelijk zou zijn om in de in 1654 door kasteelheer Adam van Lockhorst gebouwde slotkapel, die sinds 1997 niet langer in gebruik door de Hervormde Gemeente van Zuilen bleek te zijn en te huur was, om te beginnen de 12 hoofdstukken van deel 1 van dit diepzinnig werk over het Oude Testament van Tomberg ten gehore te brengen, en wel als een poging om Belle van Zuylens vraag aan God vooralsnog te doen beantwoorden om religie, met name het christendom, niet slechts te mogen geloven, maar te kunnen begrijpen. Aldus geschiedde: vanaf 6 april tot 29 juni konden zondags-middags voor een select gezelschap alle 12 hoofdstukken voorgelezen worden in het kader van het op een tekstposter op de voordeur van de slotkapel als zodanig aangekondigde “Nieuwe Christendom” (Deze werden door de voorlezingen van deel II over het Nieuwe Testament en de Apocalyps vanaf dit voorjaar in de bibliotheek van het Willehalm Instituut te Amsterdam voortgezet.)


Dat op de grond waar dit slotkapel staat paus Clemens VI al in de 14de eeuw een bedehuis liet bouwen als eerbetoon aan de in Zuilen geboren heilige Liudger, die de door de Angelsaksische Willibrord begonnen kerstening der Lage Landen in opdracht van Karel de Grote heeft volbracht, dat vernam ik pas van de voormalige koster bij een bezoek van de Belle van Zuylen genootschap tijdens een van mijn lezingen daar in de maand mei. Er bestaat een afbeelding waar deze eerste zendeling van Nederlandse bodem, geboren in 742 uit een Fries geslacht, te paard de Friese blinde bard Bernlef geneest, die hem daarna overal begeleidde (zie afb.) 


In zijn jeugd studeerde Liutger bij Alcuinus in York, Engeland en bleef hij zijn hele leven bevriend met deze geestelijke leider van het Karolingische rijk. Het kan dus zeer goed mogelijk zijn (nader onderzoek moet het uitwijzen) dat hij de middeleeuwse Willem van Oranje, de stichter van het oorspronkelijke Oranjehuis in Zuid-Frankrijk heeft ontmoet, aan wie de Duitse middeleeuwse dichter Wolfram von Eschenbach een epos onder de titel Willehalm heeft gewijd en waarover het naar hem genoemde Willehalm Instituut eerder een erudiet boek onder de titel “Willem van Oranje, Parzival en de Graal” van de Zwitserse graalvorser Werner Greub (1907-1997) heeft uitgegeven. In dit eerste deel van een trilogie over de graalgeschiedenis van Zarathoestra tot Rudolf Steiner wordt ontwikkeld dat deze Willehalm van Oranje niemand anders was geweest dan de legendarische Meester Kyot, de zegsman van Wolfram von Eschenbach voor zijn graalverhaal van Parzival alsmede zijn epos Willehalm.

Deze paladijn van Karel de Grote, die een van de laatste beschermheren van het Keltische christendom is geweest en in de 11de eeuw tot beschermheilige van de ridders werd benoemd, heeft namelijk in zijn jeugd ook bij Alcuinus gestudeerd en was zelfs zijn beste leerling geweest. Alcuinus wijdde een beschouwing aan hem over de deugden “De Virtute”; zie ook de afb. van hem als Saint Guilhelm met de rol in zijn hand waarop de tekst: luidt: "Comme ils seront joyeux Seugneur ceux que tu choisiras pour te choisir.” (Hoe gelukkig zullen diegenen zijn, Heer, die U gekozen heeft om U te dienen).


Deze “toevallige” samenloop van omstandigheden, inclusief het feit dat een door 16 voorstanders onderschreven en (nog steeds) in behandeling door het ministerie van Koninkrijksrelaties zijnde petitie aan koning Willem-Alexander om een ridderorde van het Woord in te stellen als aanvulling op de bestaande Militaire ridderorde, die genoemd is naar Willehalm of te wel de oorspronkelijke Willem van Oranje, leidde mij er toen naar om voortaan aan het motto “Het Nieuwe Christendom” de bijzin “Ter herkerstening van de Lage Landen” toe te voegen.

II. Het Jezusproject

De bovengenoemde werken van Valentin Tomberg en Werner Greub, samen met diens deze Kerst eindelijk verschijnende boek “De Jezusmysteriën – Rudolf Steiners evangeliënchronologie en de Christusprofetie van Zarathoestra” (een excerpt uit deel 3 van Greubs trilogie), gepaard met de eveneens door het Willehalm Instituut uitgegeven werken van de Duitse filosoof/antroposoof Herbert Witzenmann (1905-1988), waaronder met name “De Deugden – Jaargetijden van de ziel” en zijn nog hier aan de orde komende sociaal-organische studies over de hervorming van de wereldeconomie, vormen nu de literair-historisch-geesteswetenschappelijke grondslag voor het Jezusproject. Daar alle die titels ofwel op internet (via Google) te lezen, dan wel als boekuitgaven bij Boekenroute.nl te bestellen zijn, waaruit al veel nieuwe onderzoeksresultaten omtrent dit onderwerp te vernemen zijn, zal tenslotte de omvang en aard van dit project zo kort mogelijk samengevat worden, (korter kan nauwelijks, gezien de uiterst gecompliceerde inhoud van dit “Greatest Story on Earth”). Er bestaat namelijk niet slechts één Jezus, maar uiteraard zes historische menswezens die met die voornaam leefden rond het tijdperk van de begin van onze jaartelling, waarin het mysterie van Golgotha in Palestina heeft plaatsgevonden. In chronologische volgorde zijn dat:

1. De Jeshu ben Pandira, die als door de Maitreya Bodhisattva geïnspireerde leider van de Essenen zo’n 100 jaar voor het mysterie van Golgotha dit gebeuren in Palestina onder zijn leerlingen heeft voorbereid;

2. De in het door een van die leerlingen, Mathai geschreven Mattheüsevangelie beschreven Jezus van Bethlehem, het Jezuskind dat in 7 v.Chr. in het teken van de Ster van Bethlehem aldaar geboren, door de magiërs als hun gereïncarneerde meester Zarathoestra aanbeden werd, en wiens Ik op 18-jarige leeftijd zich verenigde met:

3. De derde Jezus tijdens diens bezoek aan de tempel van Jeruzalem, de in het Lucasevangelie beschreven Jezus van Nazareth, waarin zich de nog niet eerder geïncarneerde, onschuldige d.w.z. karmaloze zusterziel van Adam reïncarneerde; deze met het Ik van de Jezus van Bethlehem aldus verrijkte Jezus is dan eigenlijk niet meer hetzelfde als voorheen; vanwege zijn gedaanteverwisseling herkenden zijn ouders hem dan ook nauwelijks in de tempel in discussie met de Godsgeleerdenn (zie afb. 1). Hij moet dus, hoewel onder dezelfde naam tot:

4. De vierde Jezus, de eigenlijk als zodanig bekende Jezus van Nazareth gerekend worden, waarin dan 18 jaar later bij de doop in de Jordaan onder diens gebed, zoals het Lucasevangelie (Lucas. 3, 23, in de vert. van H. Ogilvie) zegt: ”De heilige Geest in een gestalte als van een duif op hem neerdaalde; en een stem uit de hemel sprak: ‘Mijn Zoon zijt Gij, Ik heb u heden verwekt”;

5. De Jezus Christus, Gods geliefde zoon, de tweede persoon van de heilige Drie-eenheid, die na een embryonale periode van 3¼ jaar werkzaam op aarde te zijn geweest, na Diens opstanding als geest van de aarde werd geboren, waardoor de aarde dus tot Zijn lichaam is geworden. In de inleiding “Het Nieuwe Christendom” van “De Jezusmysteriën” zal ingegaan worden op wat voor consequenties dit heeft voor de huishouding en rentmeesterschap van de aarde, de wereldeconomie gezien als het sociale organisme, onder verwijzing naar desbetreffende uitgaven van het Willehalm Instituut, te weten: “De rechtvaardige prijs – Wereldeconomie als sociale organica” en “Geldordening als bewustzijnskwestie – Een nieuw financieel stelsel vereist een nieuw beschavingsprincipe” van Herbert Witzenmann en diens derde en laatste verhandeling in deze reeks sociaal-organische studies “Een nieuwe economische orde - Rudolf Steiner sociale organica”.


6. De laatste en vrijwel onbekende Jezus, de Meester Jezus of zoals Werner Greub in zijn Graaltrilogie hem noemt: de Jezus van Nain, een mysterie dat pas geheel ontsluierd wordt in deel II van “De Jezusmysteriën” in het hoofdstuk “De verwekking van de jongeling van Nain”. Daarin ontwikkelt Werner Greubs, als eigen interpretatie op grond van aanwijzingen van Rudolf Steiner, dat bij de verwekking van deze jongeling (Lucas 7) door Christus zich het “vrij geworden” Ik van de Jezus van Nazareth in het lichaam van deze jongeling incarneerde, d.w.z. het Ik van de Jezus van Nazareth, dat zich bij de doop in de Jordaan had geofferd door zijn lichaam te verlaten, opdat in deze leeg geworden “Graal” het uit de kosmos neerdalende Christuswezen als Jezus Christus door de Heilige Geest kon worden verwekt. Volgens Rudolf Steiner incarneert zich sindsdien deze wereldleraar Meester Jezus als de drager van de al eerder genoemde Maitreya Bodhisattva zich in elke eeuw en geeft hij enkele voorbeelden daarvan, zoals in de 4de eeuw levende Mani, de stichter van het Manicheïsme, die in de 9de  eeuw zich als Parzival incarneerde en Meester van de Graal werd.

Het centrale thema, dat als een rode draad door het hele drieluik van Werner Greub over de Graalgeschiedenis van Zarathoestra tot Rudolf Steiner loopt, is de poging om de nog niet bekende incarnaties van deze Meester Jezus in verband met die van de Drie Koningen, de magiërs uit het Oosten door de eeuwen heen op historisch en geesteswetenschappelijke wijze te identificeren. Daarbij komen in het nog niet vertaalde tweede deel “Van Parzival tot Rudolf Steiners Wetenschap van de Graal” vooral de figuur van Kaspar Hauser, “Het kind van Europa” uit de 18de eeuw naar voren, en in het evenmin nog niet compleet vertaald derde deel “Ontwaken aan Goethe” namen, naast Goethe, ook o.m. die van Christiaan Rozenkruis, Parzival, Wolfram von Eschenbach en diens zegsman Willehalm-Kyot, de reeds genoemde Zarathoestra, Pythagoras, de Griekse beeldhouwer Lysippos, Homer, Mozes en uiteraard Rudolf Steiner zelf.

Het moge duidelijk zijn geworden dat deze uiterst gecompliceerde en op onderdelen geheel nieuwe materie niet zonder meer voor iedereen weggelegd is. Rudolf Steiner heeft ooit zijn antroposofie niet alleen als wetenschap van de Graal, maar ook als de openbaring van het Christendom in de 20ste eeuw beschreven. Dit geldt m.i. ook voor deze jonge 21ste eeuw en tevens niet slechts inhoudelijk, maar ook qua vorm, in die zin dat, zoals Tombergs werk over de Bijbel ook duidelijk kan maken, de antroposofie de sleutel vormt tot een werkelijk begrip van het meest gelezen, maar meest onbegrepen boek ter wereld (waarvan het in dit tijdschrift Onderstroomboven 7.0 opgenomen sprookjesverhaal over Jezus als zoon van Herodes een fraai staaltje is.)

Hiermee hoop ik een gedegen aanzet gegeven te hebben voor het i.s.m. Ewout Storm van Leeuwen en mogelijk anderen alzijdig verder te ontwikkelen Jezusproject, waarvoor ook een tijdschrift met een passende naam in de ontwerpfase is, die in een volgend nummer van Onderstroomboven uit de doeken zal worden gedaan.

woensdag 21 mei 2014

Herdenking sterfdag 28 mei van de middeleeuwse stichter van het Oranjehuis - Petities aan Koning Willem-Alexander om een nieuwe ridderorde en een Gouden Tip



Amsterdam 21 mei 2014 – Op 28 mei as. is het 1200 jaar geleden dat de stichter van het oorspronkelijke Oranjehuis, de Frankische Willem van Oranje, paladijn van Karel de Grote, beschermheer van het Keltische christendom en schutspatroon van de ridders in het door hem gestichte kloosterdorp Saint-Guilhelm-le-Désert in Zuid-Frankrijk is cq. zou zijn gestorven (als zijn officiële sterfjaar wordt ook het jaar 812 aangenomen). In het door het Willehalm Instituut in 2013 uitgegeven wetenschappelijk onderbouwd onderzoeksverslag “Willem van Oranje, Parzival en de Graal – Wolfram von Eschenbach als historicus” van Werner Greub wordt echter, aan de hand van Wolframs heldendicht “Willehalm” en graalgedicht “Parzival”, aangetoond dat deze Willem van Oranje als meester Kyot de Provence een leidinggevende rol heeft gespeeld in het graalkoningschap van Parzival als ridder van het Woord, een gebeuren dat plaatsvond op de tweede Pinksterdag van 13 mei 848 in de Graalburcht Munsalvaesche in het landschap van de Arlesheimer Hermitage bij Bazel, een eeuwenoud Keltisch heiligoord. Hij zou dus meer dan een hele generatie later zijn gestorven dan tot dusver is aangenomen op basis van de voorhanden, maar niet altijd betrouwbare documenten.

Ten einde recht te doen aan deze nieuwe op het eerste gezicht verbazingwekkende zo niet regelrecht naar het rijk der fabelen te verwijzen gegevens over deze tot dusver verborgen even spirituele als spannende levensloop van de stichter van het Oranjehuis, die zelfs getrouwd was met een door hem tot het christendom bekeerde Arabische prinses Arabel, zal dus nu op woensdagmiddag 28 mei as. tussen 13.30 en 14.30 uur bij het ruiterstandbeeld van Willem van Oranje voor het paleis Noordeinde een bij de Gemeente Den Haag aangemelde herdenking plaatsvinden. Daarin zal o.m. nader bekend gemaakt worden dat er na dit kleine evenement twee, mede namens de ondertekenaars van de op internet aangekondigde, petities aan koning Willem-Alexander zullen worden ingediend ter handen van de Marechaussee bij de ingang van het koninklijke werkpaleis.

De eerste petitie – een Willehalm Ridderorde

De eerste petitie aan Zijne Majesteit is om als Grootmeester van de door koning Willem I in 1815 ingestelde Militaire Willemsorde, die genoemd is naar hun middeleeuwse naamgenoot als schutspatroon van de ridders, een aanvulling op deze ridderorde van het zwaard in te stellen en wel in de vorm van een civiele Willehalm Ridderorde van het Woord. (De petitie is hier te lezen)  Daartoe is volgens de Nederlandse Grondwet onze monarch als enige bevoegd. Het hoofddoel van deze nieuwe ridderorde zou dan zijn om het in de 9de eeuw ondergegane Keltische cq. Graalchristendom, dat in het begin van de 20ste eeuw in een moderne vorm door Rudolf Steiner, geïnspireerd door wat hij noemde de geestelijke machten en substanties van “het Nieuwe Christendom”, als wetenschap van de Graal of te wel de antroposofie, op aarde tot nieuw leven is gewekt, te bevorderen en te beschermen. Dit zou dan het middel kunnen zijn, waartoe ook het nieuwe beschavingsprincipe de sociale organica en de omvorming van de wereldeconomie behoort, om een broodnodige bijdrage te leveren aan de herkerstening van het Koninkrijk der Nederlanden.

Sinds 1990 is het in Zwitserland in 1985 opgerichte en in 1986 in Amsterdam neergestreken Willehalm Instituut hier te lande bezig geweest om deze missie voor te bereiden met de genoemde publicatie van Werner Greub voorzien van een nawoord “Het nieuwe koningschap – Bijdrage aan de modernisering van de monarchie” en de uitgave van de werken van Herbert Witzenmann, zoals “Handvest der menselijkheid – De principes van de Algemene Antroposofische Vereniging”, “Vormgeven of beheren – Rudolf Steiners sociale organica – Een nieuw beschavingsprincipe”, “De rechtvaardige prijs – Wereldeconomie als sociale organica” en vooral “De Deugden – Jaargetijden van de ziel”. Van het laatste boek zijn sinds 6 april jl. de verluchtingen van Jan de Kok samen met de 12 bijbehorende maandmeditaties tentoongesteld tot en met 29 juni in de Slotkapel te Oud-Zuilen als omlijsting van de reeks wekelijkse voorlezingen aldaar onder de titel “Het Nieuwe Christendom” uit het in vertaling zijnde boek “Antroposofische beschouwingen over het Oude Testament” van Valentin Tomberg dat in het najaar gevolgd zal worden door diens “Antroposofische beschouwingen over het Nieuwe Testament en de Openbaringen van Johannes”.

De tweede petitie – Het geheim van paleis Noordeinde
De tweede petitie kan met, de nodige onvooringenomenheid, ook in de geest van de Willehalm Ridderorde beschouwd worden, omdat het een schrijver betreft die vanwege zijn boeken, cq. misdaadverslagen in dienst van de waarheidsvinding en rechtvaardigheid, ondanks de herhaalde pogingen tot karaktermoord in de bovengrondse pers en media,  een moderne ridder van het Woord genoemd mag worden. Hier handelt het namelijk om een verzoek aan de koning om niet alleen in het belang van een bedreigd en opgejaagd mensenleven maar ook in het belang van de wereld het “Geheim van het Paleis Noordeinde” prijs te geven. Onder dit geheim wordt normaliter de in de Grondwet verankerde Ministeriële verantwoordelijkheid begrepen dat op de website van het Koninklijke Huis onder de volgende titel wordt samengevat: “De Koning maakt onderdeel uit van de regering. Sinds 1848 staat in de Grondwet dat de Koning onschendbaar is en dat de ministers verantwoordelijk zijn.” Dit houdt o.m. in dat de koning niet mag ingrijpen in politieke kwesties, maar niet dat hij bv. zijn mening niet mag uitspreken over het waarheidsgehalte van een boek; dat betreft immers niet het politieke rechtsleven maar het culturele.


En daar gaat het juist om bij deze tweede ook op internet te ondertekenen petitie aan de huidige koning, nadat een eerdere aan staatssecretaris Teeven afgewezen werd: “Onderzoek en bevestig s.v.p. dat Karate Bob uw leven redde door De Gouden Tip”. Want het mag iedereen volstrekt duidelijk zijn dat als de koning, middels de Rijksvoorlichtingsdienst, zou bevestigen dat het inderdaad waar is wat Dr. Slobodan Mitric, alias Karate Bob, in zijn in 2008 met talloze feiten onderbouwde werkelijkheidsroman “De Gouden Tip – De verstrengeling van onder- en bovenwereld en de moord op G. J. Heijn” heeft onthult, namelijk dat de bende, ja bende, die Heijn ontvoerd en vermoord heeft het oorspronkelijk op de toenmalige kroonprins had gemunt en dat hij, Karate Bob, dat heeft weten te verijdelen door het voortijdig door te geven aan de veiligheidsdienst van het Paleis Noordeinde, dat immers dan staatssecretaris Teeven en het ministerie van Justitie eigenlijk niets anders kan overblijven dan eindelijk (knarsetandend?) af te zien van hun illegaal en onmenselijk voornemen om de doodzieke, noodlijdende en in erbarmelijke toestanden in Amsterdam levende redder van het Koningshuis naar zijn zekere dood in het voormalige Joegoslavië te deporteren! Tevens zou onze koning ook kunnen bevestigen dat het inderdaad waar is dat niet alleen hij zijn leven, en daarom dat van zijn Koningschap en kinderen, maar dat ook zijn moeder, nu prinses Beatrix haar leven aan karate Bob te danken heeft.

Ziedaar het ietwat andere geheim van Paleis Noordeinde wat in deze tweede petitie onze koning vriendelijk maar dringend wordt verzocht in het landsbelang te openbaren. Wij eindigen met een nootkreet van de betreffende zelf, toen hij zojuist vernam dat deze petitie binnenkort aangeboden zal worden: “HET IS HOOGSTE  TIJD – de koning en koningin kunnen, indien ze het willen, onrecht in recht omsmeden.”

Update (juli 23, 2016) : Deze petitie is niet langer actueel en online, omdat Dr. Mitric niet meer acuut met deportatie wordt bedreigd en hij al geruime tijd een pensioen ontvangt. Zijn gezondheidstoestand is echter vanwege gebrek aan medische zorg nog steeds slecht en daar hij moeilijk kan lopen, blijft hij afhankelijk van de mantelzorg van enkele hem toegewijden.


Noot: Deze aankondiging is ook te lezen op de Willehalm weblogs http://willehalminstituut.blogspot.nl; en Karate Bob = Dr. Slobodan Mitric
Informatie over dit op 28 mei tussen 13.30 en 14.30 uur plaatsvindende evenement bij het ruiterstandbeeld van Willem van Oranje voor het paleis van Noordeinde in Den Haag door de uitvoerder: Robert Jan Kelder: 020-6944572; 06-23559564

donderdag 7 november 2013

Petitie aan de koning - Een Willehalm-Ridderorde van het Woord (m/v) instellen als aanvulling op de Militaire Willems-Orde

Willehalm Instituut Persbericht

Amsterdam 6 November, 2013 – Op 3 november jl. heeft Robert Jan Kelder namens de Willehalm Stichting een petitie aan koning Willem-Alexander als Grootmeester van de Militaire Willems-Orde opgesteld om een Civiele Willehalm-Ridderorde van het Woord (m/v) in te stellen. Op 28 mei 2014, de (vermoedelijke) 1200ste sterfdag van Sint Willehalm, of te wel de historische, middeleeuwse Willem van Oranje (zie afb.), zal de petitie aan de koning en aan de Raad van Adel ingediend worden namens de tot die tijd binnengekomen ondertekenaars. Tot het zo ver is, zal aan de verdere vormgeving en onderbouwing van de petitie gewerkt worden. 

Hier volgt wat op de Willehalm-Orde.Petities.nl te lezen staat met links naar drie ondersteunende blogs (o.m. deze).


* * *

De Willems-Orde werd in 1815 door koning Willem I ingesteld en is genoemd naar de middeleeuwse Willem van Oranje, stichter van het Oranjehuis in Zuid-Frankrijk, paladijn van Karel de Grote en beschermheilige van het Keltische christendom, die in 1066 tot schutspatroon van de ridders werd benoemd.
PETITIE
Wij
allen die een vernieuwing van het ridderschap in een moderne vorm wensen
constateren
Over deze Willem van Oranje heeft Wolfram von Eschenbach, naast zijn "Parzival", een epos "Willehalm" gedicht. Deze Willehalm heeft niet alleen Europa in de 9e eeuw ervan behoed om door de Mooren uit Spanje bezet te worden, maar, volgens Werner Greubs onderzoeksverslag "Willem van Oranje, Parzival en de Graal - Wolfram von Eschenbach als historicus", ook een beslissende rol gespeeld in de totstandkoming van het Graalkoningschap van Parzival.
en verzoeken
Uwe Majesteit, Grootmeester van de Militaire Willems-Orde als enige daartoe grondwettelijk bevoegd, om een "Civiele Willehalm Ridderorde van het Woord" (m/v) in te stellen ten einde met de nodige moed, rechtvaardigheid en trouw de hedendaagse Graalimpuls te verwezenlijken, die besloten ligt in het omvormen van de huidige op egoïsme gebaseerde wereldeconomie tot een zodanige die gebaseerd is op liefde voor de mens, aarde en kosmos.


http://Willehalm-Ridderorde.petities.nl/  is het adres om de petitie te ondertekenen en/of door te geven.
* * *
Op dezelfde dag (3 november) heeft de Willehalm Stichting een tevens ondertekenbare petitie t.o.v. Dr. Slobodan Mitric (Karate Bob) opgesteld die op inhumane en illegale wijze door staatssecretaris Teeven binnenkort dreigt uitgewezen te worden naar Servië waar hij voor zijn dood vreest. 
Update: Deze petitie is intussen geannuleerd. De begunstigde is op 25 november 2016 overleden.

dinsdag 28 mei 2013

Willehalm Ridderorde (i.w.) Rondbrief # 2- Sint Willehalmsdag




Amsterdam, 28 mei 2013 - Voor niet-Katholieken, waarvan ik er een ben, mag het ietwat bevreemdend of zelfs afstotend voorkomen, wanneer hier van "Sint" Willehalm sprake is (zie afb.), daar protestanten van allerlei pluimage en al helemaal ongelovigen persoonsverheerlijking dezer aard afwijzen. Maar te bedenken is dat toen de stichter van het Oranjehuis in 1066 door paus Alexander II tot beschermheilige van de ridders werd verklaard, het nog vele eeuwen zou duren eer het protestantisme als reactie op de excessen van het Vaticaan ontstond. Echter bij het stilstaan van deze Sint Willehalmsdag op de dag dat hij in 802 of 804 in het nu naar hem benoemde Saint-Guilhelm-le-Désert in Zuid-Frankrijk gestorven zou zijn, en het daarmee verbonden, aangekondigde voornemen om, niet later dan op 28 mei 2014, een petitie aan koning Willem Alexander in te dienen om een Willehalm Ridderorde van het Woord in te stellen - iets waartoe alleen hij, grondwettelijk gezien, in staat is - gaat het niet om persoonsverheerlijking. 

Nee, het gaat hier om een doorwrochte, wetenschappelijk onderbouwde poging om op grond van de onderzoeksbevindingen van het het eerste deel van de grandioze Graaltrilogie van Werner Greub Willem van Oranje, Parzival en de Graal - Wolfram von Eschenbach als historicus (dat onlangs in een nieuwe editie in het Engels is verschenen) recht te doen aan het over het algemeen onbekend en derhalve niet op waarde geschatte werk en leven van deze Willem met de Hoorn nadat hij als opperbevelhebber van het Karolingische leger aan de Spaans Mark het zwaard had neergelegd. Zoals in het boek van Werner Greub in detail na te lezen is, ondernam hij een Graalqueste op zoek naar de Graalfamilie, vond deze in wat nu de Elzas heet, vervolgens trad hij met een van de Graaldochters in het huwelijk om uiteindelijk zelfs spiritus rector van het Graalgebeuren van Parzival in de eerste helft van de 9de eeuw te worden. 

Aan zijn bijdrage aan de verdediging van het Europese christendom tegen de uit Spanje invallende Moren wordt in ons land weliswaar enigszins herinnerd doordat de door koning Willem I in 1815 ingestelde Militaire Willemsorde naar deze beschermheilige van de ridders werd benoemd, enigszins daar niemand die ik daarover sprak iets daarvan wist. Maar dat Willehalm als een der laatste beschermheren van het Keltische christendom daarmee ook de fysieke voorwaarde schiep opdat het Graalchristendom op vrije christelijke bodem in Europa kon plaatsvinden en daar zelfs een leidende rol in heeft gespeeld, dat is vrijwel (nog) nergens bekend, laat staan op zijn waarde geschat om als mogelijk inspiratiebron te dienen voor het instellen van een ridderorde van het Woord die een moderne wetenschap van de Graal, zoals die door Rudolf Steiner in de vorige eeuw als antroposofie is gesticht,  zou kunnen opnemen en uitdragen, ja ook verdedigen.  

Dat dit bewerkstelligd zou kunnen en moeten worden door middel van o.m. de Deugden, zoals die bv. door Herbert Witzenmann in zijn werk De Deugden - Jaargetijden van de ziel  op indringende wijze zijn beschreven, en door Jan de Kok zijn verlucht, (dat onlangs ook in een Engels versie The Virtues - Seasons of the Soul is verschenen) en door diens verdere "materiaal ter spiritualisering van het beschavingsprincipe": De rechtvaardige prijs - Wereldeconomie als sociale organica, Geldordening als bewustzijnskwestie - Een nieuw financieel stelsel vereist een nieuw beschavingsprincipe en het laatste werk in deze reeks dat op stapel staat:  Een nieuwe economische orde - Rudolf Steiners sociale organica als nieuwe vormgeving aan de aarde,  dat heb ik al eerder beschreven. Later zal nog andere inspiratiebron aangevoerd worden. Hier wil ik het tenslotte nog hebben over de door Werner Greub e.a. betwiste "officiële" datum van de sterfdag van Willehalm, dus zo'n 1200 jaar geleden volgens de geschiedenisboeken. 

Hiervoor wil ik een stuk dienaangaande citeren uit mijn verdediging van het eerste werk van Werner Greub op de aantijgingen van de Duitse antroposofische academicus, wijlen Christoph Lindenberg (CL) die deze in het orgaan "Die Drei" van de Duitse Antroposofische Vereniging  van december 1974 "Zwei Irreführungen für Gralssucher" {Twee dwaalwegen voor Graalzoekers) te berde heeft gebracht. Daarin bespreekt hij naast het boek van Werner Greub ook De Spear of Destiny van Trevor Ravenscroft, beide grondig de grond in borend. Het citaat bevindt zich alleen in het aanhangsel van de Engels vertaling van het Graalboek van Werner Greub (in de nieuwe editie op blz. 409 et. seq.) en luidt in mijn vertaling als volgt: 


"(CL) William of Toulouse became a monk at Gellone in 806, and died there in 812, according to the Vita Sancti Wilhelmi. Greub mentions this indication in the Vita, for he needs his Willehalm-Kyot to be alive in the year 848. Yet according to another source (e.g. Vita Hludovici, by the so-called Astronomus) William was long dead in 848 (see Das Leben Kaiser Louiss vom sog. Astronomus in - Quellen zur karolingischen Reichsgeschichte, Part 1, ed. Reinhold Rau, Darmstadt 1974, p. 354). Greub rejects the historical tradition with a – for him typical – argument: “We prefer however to base ourselves on Wolfram, not only on such ‘reliable’ history”. Greub is no longer able to note that what he claims to find in Wolfram von Eschenbach is absolutely nowhere to be found. Neither can we concede to Greub that it is a matter of interpretation by him. It is much rather a matter of inferences, based on inferences, which themselves are the result of inferences that hardly have any foundation in Wolfram’s text.

(RJK) Lindenberg would have found further ammunition for debunking Greub’s work and the identification of Kyot as Willehalm in particular, if he had double-checked the passage (on p. 50 ff.) where Greub finds support for his notion that Kyot-Willehalm was alive after 848. Greub does this by relying on a “genuine historical book published in 843 on Carolingian education by the Merowingian princess Dhuoda, the wife of Willehalm’s brother Bernard von Barcelona. He writes: “Dhuoda lists for her son all the deceased relatives. But the most famous – Willehalm – is not mentioned, so that it may be concluded that he was still alive.” In 1985, while on a lecture tour in France, I discovered in the library of Toulouse a French translation of this Latin work entitled “Le Manuel de Dhuoda – L’éducation Carolingien”, published by Edouard Bondurand (Mégariots Reprints, Geneva 1978) and searched for this reference. To my amazement, yes consternation, I then discovered in chapter LXXII “Noms de défuncts” (Names of the Deceased) on page 237 that Dhuoda does mention Willehalm (Guillaume) as one of the deceased! Needless to see, I also raised this point with Greub who exclaimed that then this document must also have been falsified and that nothing goes beyond Wolfram …Yet this is not so strange as it may first appear. Lindenberg bases himself on ecclesiastical and secular sources which painstaking historic research has shown are far from reliable. Consider for example what Arthur J. Zuckerman writes in his enormous tome “A Jewish Princedom in Feudal France 768-900” (Columbia University Press, 1972) on p. 198: “The character of the sources makes it difficult to determine with assurance the role and status of Duke William as an imperial officer in the court of Charlemagne. Almost all the extant materials touching on his life and career have been exploited for extraneous purposes by the competing monasteries Aniane and Gellone. Both sides in the conflict …have tampered with the original documents, altered and rewritten them, and even produced bold forgeries to promote their purposes. It is a highly delicate and perilous undertaking to detect the authentic act in the surrounding dross.” After an analysis of the considerable materials touching upon the life and career of William of Toulouse, our Willehalm, Zuckerman, whose work is not devoid wishful thinking itself, comes to the conclusion (on p. 244) “that he died before 823, at the age of fifty-three or less.” Again, this material makes Greub look a lot less wild in his speculation than Lindenberg accuses him of. "  

De reden dat, zoals Lindenberg schrijft, Greub Willehalm nodig heeft is dat het Graalkoningschap van Parzival  in het jaar 848 plaatsgevonden heeft en, omdat Willehalm als Meester Kyot daaraan deelnam, moet hij dus nog in leven zijn geweest, en alleen voor de buitenwereld officieel zijn gestorven. Iets soortgelijks beschrijft Werner Greub ook in het derde deel van zijn Graaltrilogie m.b.t. Wolfram von eschenbach die, niet zoals aangenomen wordt, na het voltooien van zijn Willehalm in het eerste kwartaal van de 13de eeuw gestorven zou zijn, maar nog rond 1250 in leven zou zijn geweest. Overigens weerspreekt Werner Greub ook op overtuigende wijze Zuckermans opvatting van Willehalm als een belijdende Jood, iets wat door de proloog van de Willehalm aan de Heilige Drie-eenheid en Sint Willehalm al bijkans onmogelijk blijkt. 

Nog enkele huishoudelijke meldingen: 
1. De uitgave van De Jezusmysteriën uit het derde deel van Werner Greubs Graaltrilogie dat voor vandaag was aangekondigd, moest uitgesteld worden, omdat ik (naast andere omstandigheden) tot het inzicht kwam dat ook het lange hoofdstuk 8.1 "De opwekking van de jongeling van Nain" in deze publicatie thuishoorde. [Update: Ben daarvan intussen tot het voortschrijdende inzicht gekomen, dat de hoofdstukken 5,6 en 7 eigenlijk onmisbaar zijn en een eigen uitgave met de laatste hoofdstukken 8 en 9 behoeven). Dit is het hoofdstuk waar datgene waarnaar in de vier eerste hoofdstukken slechts summier wordt verwezen, pas echt diepgaand wordt ontwikkeld, namelijk dat er bij de opwekking van deze jongeling door Christus  sprake was, cq. zou zijn van de "incorporatie" van Zarathoestra, degene die op zijn beurt bij de Jordaandoop zijn fysiek, etherisch en astraal omhulsel aan de kosmische Christus had "afgestaan", een zeer gecompliceerde gebeurtenis die alleen met de nodige voorkennis, onvooringenomenheid en geduld begrijpbaar wordt (mij heeft het lange tijd geduurd eer ik het kon opvatten, maar zoals Ewout Storm van Leeuwen zei onlangs: ook al zou het niet waar zijn, het is en blijft een ongelooflijk drama dat nauwelijks te verzinnen valt.)
2. Vandaag zullen de twee boeken die in het kader van de tentoonstelling in het Amsterdamse Stadhuis "De Deugden - Op naar een nieuwe hoffelijkheid" gepresenteerd werden en opgedragen zijn aan onze nieuwe koning en aan de Hoge Raad van Adel, te weten The Virtues en How the Grail Sites Were Found, aangevuld met de Nederlandse versies, per aangetekende postpakket met een begeleidende en deze brief naar het Paleis Noordeinde in Den Haag en het adres aldaar van deze Hoge Raad, het adviesorgaan van de koning in deze zaken, worden gestuurd. Tevens zullen de brochures "Willehalm Ridderorde van het Vrije Woord", dat als "droom voor ons land. Europa en de wereld", en de inleidingstekst van de tentoonstelling die ook als tekstposter aan de muur in de Stopera hing, waarin sprake was van het voornemen om een dergelijke petitie in te gaan dienen, meegestuurd worden.